Kamerinbreng: Participatiebanen mogen geen gewone banen verdringen
Bijdrage Fatma Koser Kaya aan het algemeen overleg d.d. 8-2-2006 in de Tweede Kamer over arbeidsmarktbeleid
Nadere uitwerking vormgeving participatiebanen (29544, nr. 42)
Tijdens de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid heb ik aangegeven ernstige bedenkingen tegen het fenomeen participatiebanen te hebben Ik heb toen gezegd dat de participatiebanen niet een soort moderne vorm van slavernij mogen worden, waar gemeenten bijstandsgerechtigden kunnen verplichten voor hun uitkering te werken, maar ondertussen hun reguliere werknemers in de plantsoenendienst wegsaneren.
Intussen heb ik niet stilgezeten en mij nader laten informeren over de participatiebanen. Op zichzelf ben ik het er wel mee eens dat er mensen zijn die een duwtje in de rug nodig hebben door middel van sociale activering. Dat neemt niet weg dat mijn angst voor verdringing van reguliere arbeid blijft bestaan en de participanten uiteindelijk geen perspectief zullen hebben om door te stromen. Ook bestaat er een risico dat de participatiebanen uitgroeien tot een nieuwe vorm van gesubsidieerde arbeid, waarin het na twee jaar heel moeilijk wordt om tegen de mensen te zeggen dat het is afgelopen.
Al met al denk ik dat straks bij de behandeling van de wijziging van de Wet werk en bijstand, die volgens variant B voor de invoering van participatiebanen nodig is, deze risicos moeten zijn geminimaliseerd.
Actieplan Taskforce Jeugdwerkloosheid (23972, nr. 82)
- D66 heeft waardering voor de inzet van de Taskforce jeugdwerkloosheid o.l.v. de heer De Boer, en voor de indringende manier waarop zij deze problematiek op de agenda weten te zetten
- De Taskforce heeft ervoor gezorgd dat 24.218 extra jongeren een jeugdbaan hebben gevonden, zo staat in de stukken. Ik vind wel wat onduidelijk ten opzichte waarvan dit extra is, en in hoeverre er sprake is van een oorzakelijk verband tussen de inzet van de Taskforce en de extra banen. Wat moet ik verstaan onder jeugdbanen? Zitten daartussen ook stageplaatsen? En hoe is het mogelijk dat het percentage werklozen onder allochtonen 3 keer zo groot is als allochtonen? Ik kom later hier nog op terug.
- Belangrijkste is dat de Taskforce zegt tegen drie knelpunten aan te lopen:de flexibele instroom van leerlingen gedurende het schooljaar, het ontbreken van een verantwoordelijkheidsverdeling bij het zoeken en vinden van een leerbaan, en het ontbreken van inzicht in de beschikbaarheid van beroepspraktijkvormingsplaatsen en het aantal jongeren dat zon plaats zoekt.
- Ik begrijp dat het ministerie van Sociale Zaken nu gaat overleggen met de Taskforce hoe hier iets aan gedaan kan worden. Dat lijkt me zeer belangrijk en ik wil ook graag over het resultaat daarvan geïnformeerd worden. Ik wil in dit verband nog eens het pleidooi van mijn collega Ursie Lambrechts onder de aandacht brengen. Er bestaat namelijk een ijzeren gordijn tussen de Beroepsopleidende leerweg (BOL) en de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Vele duizenden jongeren vallen daardoor onnodig uit. Er is echt een meer flexibele overstapmogelijkheid tussen beide nodig
- De Taskforce constateert ook dat er een moeilijke kern is van 35.000 jongeren die al langer dan een half jaar op zoek zijn, en dat de benadering van die jongeren zakelijker, dat wil zeggen minder gericht op entertainment tijdens actiedagen, kan. Het lijkt me verstandig de aanbevelingen van de Taskforce op dit punt over te nemen. Jongeren hebben er recht op serieus genomen te worden en moeten niet afgescheept worden met allerlei flauwekul.
Discriminatie op de arbeidsmarkt
Wat nodig is: intensieve aanpak voortijdig schoolverlaters dus uitbreiding van de generieke voorzieningen bij OCW, toegespitst op problemen van allochtone jongeren, sluimerend taalprobleem, motivatieproblemen omdat schoolsucces met name in het VO uitblijft vanwege hiaten opgedaan in het basisonderwijs. Dit wordt veel te veel onderschat. Omdat kinderen in het basisonderwijs een doorlopende leerweg moeten kunnen volgen, doet een groot percentage allochtone leerlingen in de grote steden niet mee aan de CITO-toets. Zij kunnen het niveau niet halen (basisscholen geven zelfs toe dat sommige leerlingen niet verder komen dan het eindniveau groep 6, begin groep 7).
Een tweede element van de intensieve aanpak zou moeten zijn: overgang VMBO naar MBO: hier gaat veel mis, enorme uitval onder met name allochtone leerlingen. Een intensieve begeleiding van risicoleerlingen op MBO-1 en 2 niveau is noodzakelijk. Daar valt veel winst te behalen voor allochtone leerlingen. Intensieve begeleiding in het onderwijs combineren met leerwerkplekken, stages, simulatieplekken indien stages niet voor handen zijn, is zeer van belang. Stage problemen in het MBO zijn torenhoog. Allochtone MBO-ers zijn hier extra de dupe van.
Derde element: bij een aantrekkende economie met meer banen, profiteren allochtonen pas vertraagd van de extra banen. Met andere woorden de werkloosheid onder allochtonen loopt ook in een zich herstellende economie nog een tijd op terwijl de algehele werkloosheid daalt (voornamelijk onder de autochtonen, en er blijven banen onbezet, vanwege de mismatch tussen vraag en aanbod.
Intensieve bemiddeling van allochtonen naar banen is hard nodig. Naast intensieve bemiddeling moet bovendien ook het hiaat in opleiding of kwalificatievereisten opgevuld worden. De schotten tussen VMBO, MBO en arbeidsmarkt moeten weggenomen worden.
Kortom voorzitter ik wil cijfers horen. Hoeveel allochtonen zullen binnen nu en 5 jaar aan werk worden geholpen. Vooroordelen neem je weg als je samen leert en werkt.
Motie-Koser Kaya over participatiebanen (voorgesteld 14 februari 2006)
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de invoering van participatiebanen niet ten koste mag gaan van werkgelegenheid in de vorm van reguliere, betaalde banen;
overwegende, dat participatiebanen een reëel perspectief op doorstroming moeten bieden;
verzoekt de regering de in te voeren participatiebanen zodanig vorm te geven dat ze niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt en daarnaast perspectief bieden op werk op de reguliere arbeidsmarkt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Koser Kaya
Motie-Koser Kaya over kwantitatieve doelen arbeidsmarktbeleid allochtonen (voorgesteld 14 februari 2006)
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat ten gevolge van de vergrijzing het aandeel van de economisch actieve bevolking in de totale bevolking de komende 45 jaar niet met 6%, maar met 23% zal afnemen;
overwegende, dat de werkloosheid onder allochtonen ongeveer drie keer zo hoog is als onder autochtonen en het potentieel van deze groep nog veel te veel onderbenut blijft;
van mening, dat het verrichten van betaalde arbeid in hoge mate bijdraagt aan de emancipatie en integratie van minderheden;
verzoekt de regering concrete kwantitatieve doelen te formuleren voor het arbeidsmarktbeleid voor allochtonen;
en gaat over tot de orde van de dag.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
