Kamerinbreng: De zekerheid van werk
Bijdrage d.d. 7-12-2005 van Fatma Koser Kaya aan het Tweede-Kamerdebat over de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het jaar 2006
Inleiding
Voorzitter. Onze economie moet in staat zijn, in te spelen op de globalisering, met name op de enorme economische ontwikkeling van China en India. Tussen 2005 en 2010 zal de Chinese economie eerst die van het Verenigd Koninkrijk en vervolgens die van Duitsland in omvang voorbijstreven, gemeten naar bruto nationaal product. Het is moeilijk om iets in een glazen bol te zien, maar naar verwachting zal China in dit opzicht over niet al te lange tijd zelfs de Verenigde Staten passeren. Politiek en publiek reageren hierop te defensief. Dit is jammer, want het belemmert het zicht op de kansen. Juist voor onze economie schept de snellere economische ontwikkeling enorme extra kansen, en ik wil dat ook Nederland deze kansen grijpt.
Ik ben niet bang voor globalisering, maar wij moeten wel een toekomstbestendige economie hebben, dus meer flexibiliteit, ook op de arbeidsmarkt. Hierbij past niet de rust in de verzorgingsstaat waarvoor de heer Noten, lid van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, in Trouw van gisteren pleitte: "Ik zei tegen Wouter Bos: als jij straks als een overactieve jongen tekeergaat, doe ik in de Eerste Kamer net zo onaardig tegen jou als tegen Balkenende." Ik vrees dat we de komende tijd weinig aan de PvdA hebben als het gaat om het moderniseren van de verzorgingsstaat. De PvdA wil kansrijken er blijkbaar liever eerst uit hebben en degelijk ouderwets blijven.
Nee, dan voelde ik mij meer aangesproken door een passage in de notitie van mevrouw Halsema en mevrouw Van Gent. In Vrijheid eerlijk delen schrijven zij: "Starre regelgeving lijkt op de korte termijn goed voor de minder kansrijke werknemer. Maar op de langere termijn is dat juist niet zo. Het leidt tot een starre arbeidsmarkt, die weinig nieuwe kansen biedt. Dat is op zijn best goed voor de insiders op de arbeidsmarkt. Maar het is slecht voor outsiders en nieuwkomers." Helemaal mee eens, al blijkt uit de notitie niet zo goed welke concrete voorstellen mevrouw Van Gent daaraan verbindt. Er is echter uitkomst voor haar, want bij D66 hebben we al veel verder doorgedacht over het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Misschien kan ze met ons meedoen.
Afgelopen maandag hebben wij namelijk een pamflet, De zekerheid van werk, gepubliceerd. Het staat vol met plannen voor een flexibele arbeidsmarkt met nieuwe banen. Deze begrotingsbehandeling is de ideale gelegenheid gelegenheid om dit stuk ook hier in de Tweede Kamer aan te bieden. Want wat is belangrijker? De zekerheid binnen een baan, of de zekerheid dat als je je baan verliest je snel weer een nieuwe kunt vinden?
D66 durft hierin te kiezen, daarom zal ik hier op hoofdlijnen onze voorstellen inbrengen.
Ontslagrecht
Het is goed dat het kabinet nu de verwijtbaarheidstoets versoepelt, maar dat alleen is nog onvoldoende. Ik roep het kabinet op om nu niet achterover te gaan leunen en werk te maken van verdere herzieningen.
Zo is het volstrekt overbodig dat we, afgezien van toetsing bij collectief ontslag, nog een preventieve ontslagtoets door het CWI nodig hebben. Mijn voorstel is deze af te schaffen. Volgens MKB-Nederland duurt de gemiddelde CWI-procedure zon 6 tot 8 weken, maar dan is er nog steeds geen zekerheid voor de werknemer en de werkgever omdat ze altijd nog naar de kantonrechter kunnen stappen. Een duaal stelsel is dus erg inefficiënt en kostbaar.
De slimste oplossing is dat de werkgever, als werkgever en werknemer in onderling overleg niet tot een goede regeling komen, het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst meteen voorlegt aan de kantonrechter. Deze doet op korte termijn uitspraak. Daartegen is net als nu geen beroep mogelijk. Zo is er voor alle betrokkenen snel duidelijkheid en schuiven we een hoop bureaucratie aan de kant. Het is ook een beter voorstel dan het zomaar kunnen laten ontslaan van de werknemer, zonder procedure vooraf. In dat geval kan de werknemer namelijk alsnog naar de rechter stappen en dan krijg je slepende, kostbare procedures met veel ellende en onzekerheid voor iedereen.
Ook voor werknemers moet het makkelijker worden de arbeidsovereenkomst te beëindigen. D66 vindt daarom dat de opzegtermijn voor werknemers maximaal één maand mag bedragen, zonder dat daar (zoals nu) van afgeweken kan worden door bepalingen in CAOs of arbeidsovereenkomsten.
Graag een reactie van het kabinet.
Uitzendbureaus
Niemand slaagt er zo goed in mensen te reïntegreren op de arbeidsmarkt als de uitzendbureaus. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland 80% van de werklozen na een tussenstap via tijdelijk werk na vijf jaar een vaste baan heeft, terwijl dat bij de mensen die geen tijdelijk werk hebben verricht slechts 50% is. Ook hebben mensen die eerst tijdelijk werk verrichten minder tijd nodig om een vaste baan te vinden. In de periode 1993-2003 fungeerde uitzendwerk als opstapje naar de arbeidsmarkt voor bijna 400.000 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, 750.000 allochtonen, meer dan 400.000 ouderen en ca. 260.000 langdurig werklozen. Dat aantal zou nog hoger worden door een aantal belemmeringen weg te nemen.
Door het uitzendbeding (zeg maar de wettelijke uitzendtermijn van 26 weken) is er een CAO nodig om langere uitzendtermijnen mogelijk te maken, maar het gevolg is dat uitzendkrachten automatisch meer rechten opbouwen als ze langer werken. Dat klinkt allemaal heel sociaal, maar het gevolg is dat uitzendbureaus aan de poort selecteren of mensen eruit kegelen als ze teveel rechten dreigen op te bouwen. Wie is daar nu bij gebaat? In ieder geval niet de zwakkeren op de arbeidsmarkt, want die krijgen minder kansen dan idealiter mogelijk is. Ik heb liever mensen in banen met wat minder rechten, dan niet-bestaande banen met meer rechten. Beter de flexibiliteit van een baan dan de zekerheid van de bijstand. Het uitzendbeding moet daarom verlengd worden tot drie jaar.
Daarnaast moet het beruchte loonverhoudingsvoorschrift (artikel 8 van de Waadi) maar eens afgeschaft worden. Volgens lid 1 van dit artikel moeten uitzendkrachten hetzelfde betaald krijgen als reguliere werknemers van de betreffende werkgever, tenzij dat in de uitzend-CAO anders is afgesproken (lid 2) of tenzij dat in de CAO van de inlenende werkgever anders is afgesproken (lid 3).
Kortom: afschaffen! Graag een reactie van het kabinet.
Reïntegratiemiddelen
We geven met zijn allen bakken geld uit aan reïntegratie. Volgens de begroting zon 1,8 miljard, en volgens de staatssecretaris zelfs 1,9 miljard als je de subsidies voor WAOers meetelt. We hebben het over budgetten van ongeveer 2844 per persoon met een werkloosheidsuitkering en 4892 per bijstandsgerechtigde. Een hoop geld dat wordt uitgegeven aan gesubsidieerde werkgelegenheid en reïntegratietrajecten. Gehoor gevend aan de motie-Bakker heeft de staatssecretaris nog eens op een rij gezet hoe het nu allemaal zit met die reïntegratiemiddelen, voor zover dat bekend is. En ik moet zeggen, het overtuigt mij niet.
Van de bijstandsgerechtigden die een reïntegratietraject volgen, vindt slechts 10% binnen twee jaar regulier werk. Ook de participatiebanen die nu voorgesteld worden zijn volgens mij gewoon weer meer kunstbanen, terwijl ik de voorkeur geef aan echte banen in de marktsector. Ik zie er dan ook weinig in. Wel kan ik me voorstellen dat op die manier op zichzelf nuttige werkzaamheden verricht kunnen worden (bijv. straten vegen), maar als we dat als overheid zo belangrijk vinden moeten we ook de koninklijke weg kiezen en daar gewone banen van maken met een gewoon salaris.
De vraag of al dat geld nu per saldo meer werkgelegenheid creëert, kan nog steeds niet beantwoord worden. Op grond van macro-economische inzichten, bijvoorbeeld zoals samengevat in het SEOR-rapport, heb ik echter grote twijfels. Ik vind dat wij in staat moeten worden gesteld om op basis van harde cijfers te beoordelen of het beter voor de werkgelegenheid is om geld te besteden aan reïntegratietrajecten of bijvoorbeeld aan lastenverlichting op arbeid in de vorm van een hogere arbeidskorting. En aan de effectiviteit van het laatste twijfel ik nauwelijks, in tegenstelling tot aan de reïntegratiesubsidies, hoe sympathiek ze ook bedoeld zijn. Ik overweeg hierover in tweede termijn een motie in te dienen.
UWV en CWI
CWI en UWV moeten ontmanteld worden. Daartoe zijn mogelijkheden als we, naast het afschaffen van de preventieve ontslagtoets, de uitvoering van de WW overhevelen naar de gemeenten. In de WWB zijn de afgelopen tijd al goede ervaringen opgedaan. De arbeidsbemiddeling kan daarom veel beter worden overgeheveld naar de gemeenten, die vervolgens kunnen samenwerken met uitzendbureaus. Ook de uitkeringsverstrekking kan in dat geval worden uitgevoerd door de gemeente, in plaats van door het UWV. Ongeacht of iemand in de WW of in de bijstand zit, kan hij in zon systeem straks terecht bij een gemeentelijk Activeringsloket. Dat voorkomt dat dossiers net als nu schuiven van CWI naar UWV naar gemeente. Vanaf het ontstaan van de werkloosheid is er ook één instantie financieel verantwoordelijk, dus dat is een andere verbetering. Zo zorgen wij voor minder loketten, meer helderheid en betere begeleiding voor werknemers. Voor alle vragen over arbeid en inkomen kunnen zij straks bij één loket in de gemeente terecht.
Ik heb begrepen dat er gewerkt wordt aan een grote evaluatie van SUWI, en ik zou het kabinet willen vragen onze verbetervoorstellen daarbij te betrekken.
WIA
Ten slotte, voorzitter,
Bij de behandeling van de WIA heeft minister De Geus toegezegd met een uitwerking te komen van mogelijkheden voor sociale activering van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Het kan zijn dat het ons ontgaan is, maar de fractie van D66 wil graag weten hoe het daarmee staat.
Bijdrage van Fatma Koser Kaya in de tweede termijn d.d. 14-12-2005
Voorzitter. De dienstverlenende instanties zijn er voor de mensen, en niet omgekeerd. De mensen buiten dit gebouw - ik bedoel de werknemers, de werkzoekenden, werkgevers, niet de vakbonden, VNO-NCW of andere instanties - willen dat de dienstverlenende instanties om hen heen worden gebouwd, niet om zichzelf heen. De minister gaf aan, niet vooruit te willen lopen op de SUWI-evaluatie. Is de minister er voor de mensen of voor niet goed werkende instanties? Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met de decentralisatie van de Wet werk en bijstand (WWB) richting de gemeenten goede ervaringen worden opgedaan;
van mening dat de preventieve ontslagtoets door het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) beter kan worden afgeschaft;
van mening dat de Werkloosheidswet (WW) beter kan worden uitgevoerd door een gemeentelijk activeringsloket, zodat de dienstverlening aan WW'ers en WWB'ers beter wordt geïntegreerd;
verzoekt de regering, parallel aan de SUWI-evaluatie te onderzoeken welke gevolgen het afschaffen van de preventieve ontslagtoets en overheveling van de WW-uitvoering zouden hebben voor de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid, waaronder het voortbestaan van UWV en CWI,
en gaat over tot de orde van de dag.
Daarnaast moeten de arbeidsrelaties worden geflexibiliseerd. Daarmee heeft dit kabinet een begin gemaakt, maar nu ook echt doorpakken! Geef ook outsiders een kans, een perspectief. Daarom de volgende drie moties. Daarna volgt nog een motie over sociale activering die voor zichzelf spreekt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat voor ambtenaren thans een apart, gesloten ontslagsysteem geldt waarin ambtenaren alleen vanwege een in hun rechtspositieregeling genoemde grond ontslagen kunnen worden;
van mening dat het inefficiënt en niet van deze tijd is om ambtenaren anders te behandelen dan andere werknemers;
verzoekt de regering het vernieuwde ontslagrecht ook van toepassing te laten zijn op ambtenaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een duaal ontslagstelsel dubbelop en dus inefficiënt is;
overwegende dat het de rechtszekerheid van zowel werknemers als werkgevers niet ten goede komt dat na de preventieve ontslagtoets bij het CWI nog een gang naar de kantonrechter mogelijk is;
verzoekt de regering, de preventieve ontslagtoets voor individuele gevallen af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat werknemers volgens het Burgerlijk Wetboek een opzegtermijn van één maand hebben, maar dat in 25% van de cao's een langere opzegtermijn wordt vastgesteld, waardoor de opzegtermijn soms oploopt tot vier maanden;
van mening dat er een flexibele arbeidsmarkt gecreëerd moet worden waarin werknemers makkelijk van baan kunnen veranderen;
verzoekt de regering, bovenwettelijke verlenging van de opzegtermijn voor werknemers onmogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de bij de behandeling van de WIA toegezegde uitwerking van de mogelijkheden voor sociale activering van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten nog steeds op zich laat wachten;
verzoekt de regering, vóór 1 maart 2006 alsnog een uitwerking van de mogelijkheden voor sociale activering van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Reïntegratiemiddelen
Voorzitter. Ik zou ook nogmaals willen ingaan op de reïntegratiemiddelen. De staatssecretaris gaat eraan voorbij dat de macroeconomische effecten van reïntegratie uiterst dubieus zijn en hij kan geen harde cijfers voor deze effecten noemen. Dat wij op microeconomisch niveau nog cijfers zullen krijgen, is geen antwoord op mijn vraag. Waarom geld rondpompen, met alle bureaucratie van dien, terwijl je zeker weet dat verlaging van de lasten van arbeid per saldo extra banen creëert? Nu heeft de staatssecretaris weliswaar gezegd dat ook daarin geld geïnvesteerd wordt, maar wat mij betreft mag het meer worden, want wij zien dat dit in ieder geval extra banen creëert.
Uitzendbeding
In antwoord op mijn vraag om het uitzendbeding van 26 weken te verlengen, geeft de staatssecretaris aan dat de sociale partners van de 26-wekeneis kunnen afwijken. Daarmee zou tegemoet zijn gekomen aan de wens tot flexibiliteit voor werkgevers en uitzendwerknemers. De staatssecretaris gaat er echter aan voorbij dat de uitzendbureaus slagvaardiger gemaakt moeten worden. Immers, 80% van de werknemers komt via een uitzendbureau aan een vaste baan. De wet biedt een werkgever inderdaad de mogelijkheid om een tijdelijk arbeidscontract voor maximaal 36 maanden aan te bieden, maar de staatssecretaris vergeet dat juist zo'n tijdelijk arbeidscontract na plaatsing via een uitzendbureau aan werknemers wordt voorgelegd. Waarom worden de uitzendbureaus nou niet slagvaardiger gemaakt?
Adoptieverlof
Tot slot merk ik op dat ik niet alleen een amendement heb ingediend om het adoptieverlof met zes weken uit te breiden naar tien weken, maar dat ik ook overweeg om in dezen een initiatiefwetsvoorstel in te dienen.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
