Beluister deze pagina met proReader

Interview: Verschuiving van macht doet altijd pijn

Nieuws Verwijder paragraaf Bewerk paragraaf
donderdag 18 mei 2006

Dit artikel is eerder verschenen in het Nederlands Tandartsenblad. Door Peter Doorakkers.

 

Juriste Fatma Koser Kaya is sinds ongeveer een jaar Tweede-Kamerlid voor D66, met in haar portefeuille onder meer de gezondheidszorg. Haar partij stemde voor de Zorgverzekeringswet, waar zij dan ook enthousiast over is. Voor concurrentie hoeven zorgverleners niet bang te zijn, zegt ze: "De concurrentie in de zorg is en blijft minimaal."
Het meest recente document op de website van D66 waar het woord 'tandheelkunde' in voor komt, stamt alweer uit het jaar 2000. 
"Wij zijn een kleine fractie en hebben veel portefeuilles te verdelen. Uit de portefeuille zorg pakken we dus ook weer een aantal delen. Wij kunnen niet aan ieder onderwerp een vast kamerlid koppelen. Als tandheelkunde in de debatten voorkomt, nemen wij natuurlijk een standpunt in. In de tijd dat ik in de Kamer zit, is tandheelkunde als zodanig echter nauwelijks aan de orde geweest. In de debatten over de Zorgverzekeringswet zal tandheelkunde wel aan de orde zijn geweest."

Hoe kijkt u tegen de nieuwe Zorgverzekeringswet aan?
"Ik denk dat het heel goed is dat het onderscheid tussen ziekenfonds en particulier verdwijnt zonder dat de solidariteit verloren gaat. Daarbij vind ik het cruciaal dat de aanspraken uit het ziekenfondspakket in het basispakket blijven bestaan. Heel positief is dat de tandheelkunde tot achttien jaar daarbij hoort. Daarnaast ben ik erg te spreken over de acceptatieplicht. Als advocaat had ik cliënten die zich nergens konden verzekeren, of alleen tegen een torenhoge premie. Door die twee zaken - de acceptatieplicht en de overname van de aanspraken uit het ziekenfonds - waarborgen we de solidariteit."

Heeft u ooit overwogen te pleiten voor het opnemen van tandheelkunde voor volwassenen in het basispakket?
"In de huidige situatie vind ik dat niet nodig. Volwassenen kunnen heel goed zelf de keuze maken of zij zich voor tandheelkunde willen verzekeren. Er is op dat gebied veel mogelijk zonder al te veel extra kosten. Volwassenen moeten en kunnen daarin zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Als we ervoor zouden kiezen ook volwassenen via het basispakket voor tandheelkunde te verzekeren, zouden we ook moeten accepteren dat de premie omhoog gaat."

Toch zien we bij bepaalde groepen van de bevolking een veel lager tandartsbezoek.
"Preventie en voorlichting zijn van belang zodat mensen weten wat de waarde van een goed gebit is. Juist daarom vind ik informatie zo cruciaal. Ik denk dat mensen krachtig genoeg zijn om zelf keuzes te maken, als ze de juiste informatie hebben. Dat is ook van belang voor kinderen. De verslechterende mondgezondheid van kinderen die het CVZ signaleert, vind ik zorgelijk. Zij zijn verzekerd, maar komen toch niet altijd bij de tandarts. Daarom moeten we ouders uitleggen dat het in het belang van hun kind is om toch te gaan. Het kost ze geen cent, alleen wat tijd. Die voorlichting vind ik trouwens niet alleen een taak van de tandartsen, maar ook van de overheid. Kinderen kun je via de scholen bereiken en via de gemeenten. Je kunt hen best uitleggen waarom het belangrijk is hun gebit goed te onderhouden. Als mijn zoontje - hij is vijf jaar - vraagt waarom hij zijn tanden moet poetsen, wijs ik hem op de vullingen in mijn eigen gebit. 'Omdat je anders zulke tanden krijgt', zeg ik dan. Dat snapt hij uitstekend."

Gebitsgezondheid lijkt echter niet bij alle GGD-en prioriteit te hebben.
"Dat is een keuze die gemeentes maken, die vrijheid hebben ze. Naar mijn mening hoort voorlichting over gebitsverzorging echter bij hun takenpakket. En er gebeurt toch veel: als je voor het eerst bij een consultatiebureau komt met je kind, gaat het ook over het poetsen van tanden. Al blijft het natuurlijk de vraag, wat ouders daar vervolgens mee doen."

Tandartsen en andere beroepsgroepen in de zorg vrezen dat in het nieuwe stelsel verzekeraars teveel invloed op hun werk gaan krijgen.
"Wat ik in die discussie zo grappig vind, is dat patiëntenorganisaties de nieuwe ontwikkelingen juist geweldig vinden. 'Eindelijk wordt de patiënt in het midden gezet', is daar de teneur. Alle organisaties, of dat nu verzekeraars of zorgverleners zijn, moeten hen diensten verlenen en hun werk zodanig inrichten, dat patiënten er de meeste baat bij hebben. Patiëntenorganisaties zijn dus niet bang voor verslechtering, maar juichen de ontwikkelingen toe. Ik denk dat verzekeringsmaatschappijen helemaal niet zomaar kunnen doen waar ze zin in hebben. Dat staan hun klanten niet toe. Als die een slecht pakket of slechte service aangeboden krijgen, roeren ze hun mondje of stappen ze over naar een andere zorgverzekeraar. Ik sprak laatst een groep mensen die een zorgwarenhuis wilde opstarten, een plek waar mensen van alles dat met de zorg te maken heeft, kunnen vergelijken en aanschaffen. Ook verzekeringspolissen. Dat vind ik inventief, zo kunnen mensen een goede keuze maken. De patiënt wordt dan een kritische zorgconsument."

Onderzoek, ondermeer van de Erasmus Universiteit, wijst echter uit dat het helemaal niet zo zeker is dat patiënten zich als kritische zorgconsument gaan gedragen.
"In het begin zal dat misschien nog niet het geval zijn. Maar kijk naar de telecomsector: iedereen vindt daar zijn weg en kiest het mobiele abonnement dat hem het best bevalt. Gaat het niet goed, dan stapt men over. De zorg is natuurlijk niet met de telecomsector te vergelijken, maar ik zie niet in waarom dat principe in de zorg niet ook zou kunnen werken. Mensen zijn in het algemeen sterk genoeg om zelf keuzes te maken. Als ik mensen als Jan Marijnissen hoor zeggen dat mensen 'het niet begrijpen', dan vraag ik me af hoe hij dat in zijn hoofd haalt. In feite zegt hij dat die mensen dom zijn. Maar dat zijn ze niet, ze willen alleen maar betrouwbare informatie om hun keuze op te baseren. Tegen de persoonsgebonden budgetten was ook veel weerstand, maar dat systeem werkt nu uitstekend. Ook voor de mensen waarvan Marijnissen zegt 'dat ze het niet zelf kunnen bepalen'. Als mensen zelf mogen beslissen, werkt het beter. Ook in het geval van de nieuwe Zorgverzekeringswet."

Waarom protesteren zorgverleners dan zo heftig, denkt u?
"Verschuiving van macht doet altijd pijn. Ik denk dat zorgverleners daarom demonstreren, en vanuit de angst wat de toekomst voor hun positie betekent. Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar het wordt zo langzamerhand tijd dat we de patiënt centraal stellen. Dienstverlenende instanties horen om de mens te draaien, niet andersom. Dat geldt ook voor tandartspraktijken."

Hoe kijkt u aan tegen de beoogde concurrentie tussen zorgaanbieders?
"We moeten niet overdrijven: echte, directe concurrentie bestaat niet in de zorg. Ik moet denken aan de tijd dat ik nog advocaat was. In eerste instantie was ik er voor mijn cliënten, maar tegelijkertijd moest ik een bedrijf runnen. Dat is niet los te koppelen. Dat geldt denk ik ook voor zorgverleners: als je een eigen praktijk voert, ben je ondernemer. Wil je dat niet, dan kun je beter in loondienst gaan werken. Onze maatschap besloot zich te specialiseren, waardoor we ons konden profileren. Dat kunnen tandartsen ook doen. Angst hoeft er niet te zijn want de concurrentie in de zorg is en blijft minimaal."

Hoe waarborg je als overheid de kwaliteit van de zorg?
"Ik vind dat tandartsen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun werk. Als zij zelf voor een kwaliteitssysteem zorgen, hoeft de overheid niets op te leggen. Dat zo'n systeem in de tandheelkunde nog niet bestaat, vind ik belachelijk. Men hoort dat goed te regelen. Doen ze dat niet zelf, dan moeten ze niet verbaasd zijn als de overheid op een gegeven moment ingrijpt."

Hoe krijgt een jurist feeling met de gezondheidszorg?
"Ik nodig graag mensen uit. Ik spreek namelijk veel liever met mensen uit het veld zelf dan met de lobbygroepen die hen vertegenwoordigen. Pas dan kun je een idee krijgen van wat er leeft. Ik geloof dat ik daarin een onconventioneel Kamerlid ben, maar het levert nuttige feedback op. Ik zou tandartsen dan ook willen oproepen te schrijven of e-mailen als ze ergens mee zitten. Die informatie uit het veld hebben we als Tweede-Kamerleden hard nodig."





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave



D66 Nieuws

d66_logo.jpg

woensdag 16 mei 2012

D66 in Europese "IT GETS BETTER"-video tegen homofobie

17 mei is het 'International Day Against Homophobia and Transphobia'. In het kader van deze dag hebben leiders en politici van de Europese Unie een videoboodschap opgenomen waarin zij aan de jeugd van ...     lees verder
dinsdag 8 mei 2012

"Braziliaanse organisatie frustreert VN-duurzaamheidstop Rio+20"

Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy is teleurgesteld dat het Europees Parlement geen officiële delegatie zal afvaardigen naar de VN-Duurzaamheidstop Rio+20. Gerbrandy, die deze delegatie namens he ...     lees verder


online netwerken

Mijn Netwerken

 

 

 


Landelijk




Agenda

RSS