Kamerinbreng: Financiële Beschouwingen
Mevrouw de voorzitter. Tijdens de algemene politieke beschouwingen ging het veel over boten: op koers blijven, de zeilen bijzetten en ik heb nog meer scheepvaarttermen gehoord. Laat ik er nog een schepje bovenop doen. Iedereen kent het verhaal van de Titanic, het grootste schip aller tijden, fraai gebouwd, het schip dat niet kon zinken. De tafels waren gedekt met porselein en zilver. Op het eerste gezicht ziet de begroting er net zo fraai uit. Een begrotingsoverschot wordt gerealiseerd, een hoger overschot zelfs dan gepland.
De premie voor de WW wordt verlaagd, de lasten worden met tweeënhalf miljard verlicht, de staatsschuld wordt afgelost en het laagste niveau van de schuld wordt bereikt sinds de stand daarvan wordt bijgehouden. Wist u trouwens dat destijds de schuld zo hoog was omdat de VOC failliet ging? Het is bijna gelukt om niemand er in koopkracht op achteruit te laten gaan. Minister Bos: uiterlijk scoort u. Ik kan het niet anders zeggen; mijn complimenten! U levert een hele prestatie, maar heeft u al eens om u heen gekeken? Toen de Titanic uitvoer, werd gewaarschuwd voor koud weer en het gevaar van ijsbergen, maar niemand maakte zich zorgen. Ook nu zijn er ijsbergen. Er wordt en werd gewaarschuwd, maar de minister lijkt niet erg onder de indruk. Hij besteedt met deze Miljoenennota vooral aandacht aan de positieve kanten: Nederland staat er goed voor, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Geen vuiltje aan de lucht!
Toch is de wereld in rep en roer. Nederland is er al bij betrokken. De kredietcrisis heeft het afgelopen jaar wereldwijd voor veel onrust op de financiële markten gezorgd. Eind augustus lagen de Europese aandelenkoersen ruim 25% lager dan voor het uitbreken van de kredietcrisis. In eerste instantie leek het probleem zich voor te doen bij de verstrekkers van subprime-hypotheken in Amerika. Inmiddels heeft de crisis zich als een olievlek verspreid over de financiële markten in de gehele wereld. Het voorbeeld daarvan het dichtst bij huis wordt gevormd door de recente problemen met Fortis. Daar hebben wij gisteren uitgebreid over gedebatteerd. De brief die wij gisteren ontvingen, geeft echter geen antwoorden op de vragen die wij hebben gesteld. Ik ben het met de heer De Nerée eens dat deze brief niets prijs geeft. Ook ik wil graag informatie. Wat zijn de details van de deal? Waarom is gekozen voor 4 mld. en 49%? Welke afspraken zijn gemaakt over ABN AMRO? Waarom denkt de minister dat hiervoor wel een solide private partner is te vinden? Gisteren zei de minister dat ten tijde van de overname van ABN AMRO door Fortis bepaalde zaken van de balans zijn gehaald. Welke zijn dat en wat is de waarde daarvan? Hoe kan het dat de toezichthouder van de regering dat toentertijd niet heeft opgemerkt? Denkt de minister dat bepaalde zaken moedwillig van de balans zijn gehaald? Ik verzoek de minister om deze en alle andere vragen die vandaag en gisteren zijn gesteld morgen te beantwoorden.
De bankenwereld is geïnfecteerd en dat heeft onherroepelijk effect op de reële economie. Vorige week kelderde het vertrouwen van producenten. Het CBS kwam met een daling van 4,9 naar min 0,5: de grootste daling sinds er wordt gemeten. De producenten zijn somber als het gaat om de productie in de komende maanden. Het consumentenvertrouwen stortte vorig jaar al in. Het stijgt wel weer iets, maar de uitkomst is nog steeds negatief. Veel Nederlanders maken zich zorgen. Van de ondervraagden denkt 72% dat de kredietcrisis negatieve gevolgen zal hebben voor Nederland. Zelfs 38% is bang voor een beurskrach.
Economen als Buiter, maar ook de president van De Nederlandsche Bank, de heer Wellink, spreken hun zorgen uit over de effecten van de kredietcrisis, de onzekerheid van de economische groei en de kwetsbaarheid van Nederland met zijn open economie. De heer Wellink doet dit overigens niet voor het eerst. Volgens het CPB zijn de groeiramingen met grotere onzekerheden omgeven dan normaal. Juist met dit getij laat de minister de touwen vieren. Heeft de minister er geen spijt van dat hij de voorzichtige groeiramingen heeft losgelaten nu de vooruitzichten zo onzeker zijn?
Voorzitter. De spanning op de Nederlandse arbeidsmarkt blijft volgend jaar hoog. Ondanks het feit dat wij over het conjuncturele hoogtepunt heen zijn, zijn er nog veel vacatures. De werkloosheid stijgt licht naar 4,25% in 2009. Dit percentage is laag vergeleken met de evenwichtswerkloosheid en het internationaal perspectief, maar de echte uitdagingen liggen net achter de horizon. Vanaf 2010 zal de beroepsbevolking zelfs afnemen. De Raad van State waarschuwt dat de bijdrage van de arbeidsparticipatie aan de economische groei zal afnemen. Er zijn andere, structurele maatregelen nodig om met minder mensen toch groei van volume en kwaliteit te realiseren.
Wij hebben deze maatregelen al aan het begin van de regeerperiode voorgesteld. Een verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 1 juli 2009 met een maand per jaar levert volgend jaar alleen al 80 mln. op en draagt substantieel bij aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Wij investeren 600 mln. in onderwijs en trekken 300 mln. uit voor innovatie. Dit zijn allemaal maatregelen die een bijdrage leveren aan een concurrerende kenniseconomie. Het kabinet neemt deze structurele maatregelen niet. Waarschijnlijk wordt het vergezicht van het kabinet vertroebeld door de mist aan puntenwolken. Als kwartprocentpunten aan koopkracht zo belangrijk voor het kabinet zijn, waarom neemt het kabinet dan de standaardplaatjes als uitgangspunt, terwijl belangrijke effecten van de buitengewone-uitgavenregeling en de kinderopvang niet worden meegenomen?
Ook de groepen waar het kabinet van uitgaat, zijn niet meer van deze tijd. Traditionele gezinnen blijven het uitgangspunt, waardoor alleenstaanden worden vergeten. Ook de steeds groter wordende groep van zelfstandige ondernemers ziet het kabinet niet staan. Niet alleen in de koopkrachtplaatjes wordt deze groep vergeten. Er is in het beleid sowieso weinig aandacht voor de miljoen zelfstandigen zonder personeel.
De begroting straalt uit solide te zijn. Als wij echter verder kijken, zien wij dat het schip niet op alle plekken even stevig in elkaar is gelast. Het jaar 2009 zal wel gehaald worden, maar dan is de haven nog niet bereikt. De begroting vertoont zwakke plekken. Hoe gaat het kabinet daarmee verder na 2009?
Er zijn drie zaken die de begroting zwak maken. Het oprekken van de Zalmnorm, het inzetten van ruilvoetwinsten en het niet voldoende bijdragen aan de houdbaarheid van de begroting. Laat ik beginnen met de Zalmnorm, die wordt opgerekt. In 2009 wordt 2,5 mld. meer aan lastenverlichting gedaan dan aan het begin van de kabinetsperiode is afgesproken. Een bedrag van 2 mld. wordt gecompenseerd via hogere lasten in 2010 en 2011.
Vorig jaar verzwaarde de minister de lasten, dit jaar verlicht hij ze en komend jaar moet de minister ze weer verzwaren. Dit jojobeleid is niet bepaald vertrouwenwekkend. Juist in deze turbulente tijd in de financiële wereld is een betrouwbare overheid essentieel en daar tornt u aan. Daarbij weten wij allemaal dat wij sterk in onze schoenen moeten staan om in het zicht van belangrijke verkiezingen met lastenverzwaringen te komen. Dat is het geval in 2010 en 2011. Het alternatief, het terug laten lopen van het begrotingsoverschot, is wat ons betreft hoe dan ook geen optie. Er ontstaat ruimte onder de uitgavenkaders doordat de inflatie hard stijgt en de lonen en uitkeringen daarbij achterblijven. Die ruilvoetwinst wordt nu grotendeels ingezet. Het CPB zegt daarover dat u hiermee in de problemen komt, als er zich tegenvallers gaan voordoen. De ruilvoetwinsten kunnen ook weer als sneeuw voor de zon verdwijnen. De olieprijzen kunnen dalen. Dat weet ook de heer Tang. Dat is niet onwaarschijnlijk, want de prijzen liggen nu al onder de geraamde 125 dollar. Ook de lonen kunnen meer stijgen dan verwacht. U zet in op een mooi akkoord met sociale partners. Wij hopen van harte dat het lukt, want ook wij vinden loonmatiging belangrijk. Het zou een belangrijke bijdrage leveren aan stabiliteit in deze roerige tijden. Als die tegenvallers zich voordoen met de olieprijs of anderszins, wat is dan uw scenario, zo vraag ik de minister.
Dan kom ik bij de houdbaarheid. Het robuuste saldo voor 2009 is negatief, -2,1% van het bbp. De minister stuurt op het feitelijke saldo. Gezegend door de hoge aardgasbaten komt hij hier positief uit de verf. Hiervan zegt de Raad van State letterlijk: het feitelijk saldo kan niet dienst doen als een betrouwbaar kompas voor houdbare overheidsfinanciën; daartoe biedt het zogenaamde robuuste EMU-saldo een betere oriëntatie. Gelet op de van de verslechtering van de aardgasbaten geschoonde saldo's is de Raad van State er niet van overtuigd dat het kabinet daadwerkelijk vorderingen maakt met de aanpak van het houdbaarheidstekort. Dwingt het voorgaande niet tot het opnieuw bezien van de aanpak van het houdbaarheidstekort die bij het coalitieakkoord werd overeengekomen? De aardgasbaten zijn eindig, zo zeg ik nogmaals. Daarom is het nodig om ook te kijken naar de houdbaarheid van de overheidsuitgaven op langere termijn.
De heer De Nerée noemde het robuuste saldo een nieuwigheidje. Ik dacht dat het CDA pleitbezorger was van houdbare overheidsfinanciën, maar uitgerekend zij lijken het robuuste saldo niet meer belangrijk te vinden nu het steeds negatiever wordt. Het robuuste saldo wordt echter niet eens gepresenteerd in de Miljoenennota. Waarom niet? Vindt de minister dit niet belangrijk genoeg?
Voorzitter. Nieuwe berekeningen van het CPB laten zien dat de maatregelen die de overheid neemt, zoals de Bosbelasting, een groter effect hebben op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën dan aan het begin van de kabinetsperiode werd verwacht. De houdbaarheidswinst wordt ingezet, maar heeft de minister overwogen om deze houdbaarheidswinsten niet in te zetten? Waarom reserveert hij dit geld niet voor de volgende generaties?
Geld wordt hier twee keer uitgegeven. In 2009 krijgt het kabinet met terugwerkende kracht de afdrachten aan Brussel uit 2007 en 2008 terug. De minister is alleen vergeten, dat dit geld al is uitgegeven. In 2007 is 1 miljard uit Brussel gebruikt voor lastenverlichting. In 2009 wordt hetzelfde mld. weer gebruikt. Het geld wordt twee keer uitgegeven. Kan de minister uitleggen hoe hij dat doet?
Het schip kan steviger. Het schip is niet solide en weerbaar genoeg. Er zitten zwakke plekken in het ontwerp en het schip is niet opgewassen tegen het water waar het doorheen moet varen. Het zou verstandig zijn om verder te kijken dan alleen het hier en het heden. Wat de minister na 2009 gaat doen, is al een lastige vraag, laat staan wat er na deze kabinetsperiode gebeurt. Wij kijken wel vooruit. Wij hervormen de verouderde AOW geleidelijk. Wij hervormen de verstopte woningmarkt. Wij hervormen de vastzittende arbeidsmarkt. Wij innoveren onze energiehuishouding. Kortom, wij zetten in op ontwikkeling. Wij maken die keuzen. Soms maken wij ook impopulaire keuzen, maar die zijn te verdedigen als je Nederland wilt ontwikkelen. Keuzen kosten vaak ook geld. Een lastenverlichting in 2009 financieren met geld uit 2010 en 2011 is een beslissing vooruitschuiven. Waarom draagt de minister niet de consequenties voor de keuzen die hij maakt?
Tot slot vertel ik nog een anekdote. Zeven mannen hebben de hele dag druk zitten vergaderen in Beetsterzwaag en zijn toe aan een biertje, alleen is hun geld op. Toch bestellen zij een biertje en zij zeggen dat de rekening kan naar de jongelui aan het tafeltje verderop. Zij schuiven de rekening door naar de volgende generatie. De jongeren betalen graag een drankje voor de oude heren en samen maken zij zich vrolijk. De jongeren weten echter nog niet, dat de oudere heren steeds weer zullen terugkeren om meer geld te vragen.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
