Kamerinbreng: Schrap preventieprikkel uit wetsvoorstel WW/ontslagrecht
dinsdag 20 december 2005
Schriftelijke inbreng van de D66-fractie (Fatma Koşer Kaya) inz. het wetsvoorstel Wet houdende wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met de wijziging van het WW-stelsel en wijziging van het ontslagrecht (Wet wijziging WW-stelsel en ontslagrecht) (30370)
Bladzijdenummers verwijzen naar de Memorie van Toelichting (30370, nr. 3), tenzij anders vermeld
Dinsdag 20-12-2005
Algemeen
De Tweede-Kamerfractie van D66 streeft naar flexibilisering van de arbeidsmarkt en beschouwt het voorstel voor de Wet wijziging WW-stelsel en ontslagrecht als een stap in de goede richting. Flexibilisering van arbeidsrelaties zal ertoe leiden dat werkgevers het sneller aandurven om mensen in dienst te nemen. De fractie van D66 vindt dat deze doelstelling niet in gevaar moet worden gebracht door allerlei flankerende beleidsmaatregelen die de arbeidsmarkt weer dichttimmeren en nieuwe bureaucratie veroorzaken.
Ondanks de goede hoofdlijnen van het wetsvoorstel ziet de D66-fractie teveel aanzetten voor een averechts werkend, flankerend beleid. Te denken valt aan de plannen voor invoering van een preventieprikkel. Ook wil de D66-fractie waarschuwen dat bevordering van employability op zichzelf een goede zaak is, maar dat de samenleving niet zo maakbaar en simpel is dat we dat in allerlei verplichtingen en regels kunnen vatten. Als we dat wel gaan doen zal het leiden tot bureaucratie en zullen preventieverplichtingen er vooral voor zorgen dat werkgevers minder snel personeel aannemen, met name in het midden- en kleinbedrijf. Een praktisch probleem is dat employability-inspanningen moeilijk meetbaar zijn, waardoor het zeer arbitrair is welke eisen je zou moeten stellen.
De D66-fractie is verder van mening dat de herziening van het ontslagstelsel nog niet ver genoeg gaat, en dat de regering nog in deze kabinetsperiode met nadere voorstellen moet komen. Het kabinet wekt op dit terrein nu de indruk voorlopig op zijn handen te gaan zitten.
De D66-fractie zou de regering willen vragen hoe zij de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Koşer Kaya over het toepassen van het vernieuwde ontslagrecht op ambtenaren (Kamerstuk 30300 XV, nr. 68) gaat uitvoeren. Kan bij het antwoord meteen een inventarisatie verstrekt worden van alle onderdelen waar de ontslagpraktijk voor ambtenaren, om wat voor reden dan ook (dus bijvoorbeeld als gevolg van andere wetgeving, ofwel als gevolg van rechtspositieregelingen of andere afspraken over arbeidsvoorwaarden e.d.) afwijkt van de ontslagpraktijk voor andere werknemers?
Bedrijfseconomisch ontslag (blz. 4) en advies Stichting van de Arbeid (blz. 23/24)
De fractie van D66 is het er op zichzelf mee eens dat het lifo-beginsel als hoofdregel voor ontslagselectie bij bedrijfseconomisch ontslag, vervalt. Wel vraagt deze fractie zich af of het ervoor in de plaats komende afspiegelingsbeginsel wel zo makkelijk hanteerbaar is, en of dit geen leeftijdsdiscriminatie impliceert. Hoe groot acht het kabinet overigens de kans dat de mogelijkheid om bij CAO af te wijken van de wettelijke hoofdregel alsnog in veel gevallen tot toepassing van het lifo-beginsel leidt? Gaat de inhoud van CAO-afspraken hierover nog een rol spelen bij de beslissing om CAOs al dan niet algemeen verbindend te verklaren?
Begrijpt de D66-fractie het goed dat bij toepassing van afwijkende CAO-afspraken geen CWI-toets plaats vindt, en bij toepassing van de wettelijke hoofdregel van het afspiegelingsbeginsel wel?
Hoewel de D66-fractie zich kan voorstellen dat bij reorganisaties in grote bedrijven betrokken vakbonden over de nodige expertise beschikken, vindt deze fractie dat in principe ook met een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afwijkende ontslagcriteria overeengekomen moeten kunnen worden. Het kabinetsstandpunt hierover is niet overtuigend. Graag een reactie.
Preventieprikkel (blz. 8/9, blz. 19/20 en blz. 36)
Hoewel de D66-fractie vindt dat de arbeidsparticipatie van ouderen omhoog moet, vindt deze fractie dat de voorgestelde preventieprikkel te zeer gericht is op het handhaven van de status quo, en op het beschermen van insiders op de arbeidsmarkt ten koste van outsiders. Oudere werknemers zullen in het algemeen, door toepassing van de kantonrechterformule, een hogere ontslagvergoeding meekrijgen dan jongere werknemers en dus is het voor werkgevers al duurder om oudere werknemers te ontslaan. Het daar bovenop invoeren van een preventieprikkel doet de beoogde flexibilisering van de arbeidsmarkt weer deels teniet en leidt tot bureaucratie.
Het lijkt erop (zie blz. 36) dat het kabinet langs een omweg alsnog bezig is het eerdere, door de Kamer van de hand gewezen voorstel uit de WWOW in te voeren. Gelet op het omstreden karakter van de preventieprikkel zou de D66-fractie het al helemaal onjuist vinden om deze uit te werken bij algemene maatregel van bestuur. De D66-fractie verzoekt het kabinet dan ook de delegatiebepaling die dit mogelijk maakt, door middel van een nota van wijziging uit het wetsvoorstel te schrappen.
IOW (blz. 10)
De regering kondigt aan nog met een wetsvoorstel voor een IOW te komen. Met het oog hierop wil de D66-fractie alvast vragen op een rij te zetten wat straks de verschillen zullen zijn tussen de in te voeren IOW en de inmiddels afgeschafte WW-vervolguitkering.
Wekeneis (blz. 11)
De D66-fractie vraagt zich af in hoeverre het afschaffen van de afwijkende wekeneis voor seizoensarbeid ertoe leidt dat WWers er maar helemaal van afzien om in deze sector aan de slag te gaan, uit angst opgebouwde WW-rechten te verspelen zonder daar snel nieuwe voor terug te krijgen. Graag een reactie.
De hoogte van de basisuitkering (blz. 12/13)
De fractie van D66 zou graag de meest recente cijfers/onderzoeksresultaten zien waaruit het beroep op de WW naar inkomenscategorie blijkt, en in hoeverre de hoogte van de WW voor de verschillende inkomenscategorieën afwijkt van het sociaal minimum.
Invulling feitelijk arbeidsverleden (blz. 15)
De fractie van D66 voelt wel sympathie voor het SER-voorstel om aan de eis van 52 loondagen een eis van 200 arbeidsuren per jaar toe te voegen. Het kabinet neemt dit voorstel niet over, omdat dat zou leiden tot initiële uitvoeringskosten zonder structurele besparingen. De D66-fractie wil het kabinet verzoeken de kosten en baten van de verschillende modaliteiten naast elkaar te zetten, zodat de Kamer op basis van de cijfers kan oordelen.
Poortwachtertoets WW (blz. 20-22)
De D66-fractie vindt het op zichzelf goed dat met een poortwachtertoets zal worden gekeken of werklozen zich voldoende hebben ingezet voor het vinden van een baan en dus in aanmerking komen voor voortzetting van hun WW-uitkering. Wel is er meer helderheid nodig over de toetsingscriteria.
Het kabinet schrijft op blz. 21 dat met name beoordeeld zou kunnen worden "in hoeverre er gebruik is gemaakt van het door de sector, CWI en/of UWV beschikbaar gestelde instrumentarium". De D66-fractie wil weten welk instrumentarium precies wordt bedoeld, en of dat in alle gevallen ook daadwerkelijk beschikbaar is voor en aangeboden wordt aan WWers.
Overigens denkt de D66-fractie dat het alleen zin heeft om werklozen af te rekenen op het gebruik van het instrumentarium, als dat instrumentarium ook effectief is. De kans op het vinden van een baan met gebruik van het instrumentarium zal dus significant groter moeten zijn dan de kans op het vinden van een baan zonder gebruik van het instrumentarium. Welke statistieken zijn hierover bekend? Graag een reactie.
Sollicitatieplicht WW (blz. 22)
De regeling voor individuele vrijstelling van de sollicitatieplicht wordt in 2010 geëvalueerd. De fractie van D66 wil weten of dit betekent dat de vrijstellingsregeling van tijdelijke aard is, en of het niet verstandig zou zijn om deze eerder te evalueren. Graag een reactie.
Beperking verwijtbaarheidstoets WW (blz. 24-27)
De D66-fractie is het zeer eens met de beperking van de verwijtbaarheidstoets, teneinde het aantal pro-formaprocedures te beperken. Hoe en wanneer gaat de regering monitoren of de aanpassing in de praktijk daadwerkelijk tot minder procedures leidt?
Werkhervattingen van kleine omvang (blz. 33)
Paragraaf 6.4 over werkhervattingen van kleine omvang is naar de mening van de D66-fractie zéér onhelder. Kan nogmaals uitgelegd worden wat het kabinet hier nu voorstelt? Wat is volgens het kabinet het verschil tussen nihil (=niets, nul) en zeer nihil?
Begrijpt de D66-fractie het desondanks goed dat bij werkhervattingen met een kleine omvang voortaan 70% van het inkomen uit arbeid op de uitkering in mindering wordt gebracht, en dat de mogelijkheid om het aantal uren te verrekenen, komt te vervallen?
Commentaar Raad voor de Rechtspraak (blz. 39)
Uit het commentaar van de Raad voor de Rechtspraak valt op te maken dat er jaarlijks nog maximaal 10.000 pro forma ontbindingsprocedures zullen worden aangespannen, en dat bij deze procedures andere redenen dan de aanspraak op een WW-uitkering een rol spelen. De D66-fractie wil weten wat de andere redenen zijn waarom er ondanks het beperken van de verwijtbaarheidstoets nog pro forma procedures zullen resteren.
Financiële effecten (blz. 40-45)
Naar aanleiding van het hoofdstuk over de financiële effecten heeft de D66-fractie de volgende vragen:
wat zijn de financiële effecten van het wetsvoorstel als de huidige ramingsinzichten voor de WW- en WWB-instroom worden gehanteerd, in plaats van de uitgangspunten uit de middellange-termijnraming uit 2003 (blz. 40)?
kunnen de in Tabel 1 en 2 (blz. 41) genoemde gedragseffecten toegelicht worden? Welke effecten worden hier bedoeld?
wat is precies de kostenbesparing voor de rechterlijke macht en waar slaat deze neer (blz. 43)? Waarom is deze besparing niet gekwantificeerd in de Memorie van Toelichting?
waarom bedraagt de besparing bij CWI, als gevolg van de beperking van de verwijtbaarheidstoets, slechts 1,5 miljoen en hoe verhoudt dit cijfer zich tot de "nog met CWI af te stemmen besparing op de structurele uitvoeringskosten"? Hoe is de besparing bij CWI van 0,5 à 1 miljoen, als gevolg van de veranderingen in het ontslagrecht, opgebouwd? Wat is er uit het overleg met CWI over de implementatiekosten en de structurele uitvoeringskosten, als gevolg van de beperking van de verwijtbaarheidstoets, gekomen? (blz. 44)
Artikel XIII. Inwerkingtreding (Kamerstuk 30370, nr. 2, blz. 23)
De D66-fractie ziet graag toegelicht wanneer de regering welk onderdeel van dit wetsvoorstel in werking wil laten treden, en hoe dit zich verhoudt tot de beoogde invoering van de IOW.
Schriftelijke inbreng van de D66-fractie (Fatma Koşer Kaya) inz. het wetsvoorstel Wet houdende wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met de wijziging van het WW-stelsel en wijziging van het ontslagrecht (Wet wijziging WW-stelsel en ontslagrecht) (30370)
Bladzijdenummers verwijzen naar de Memorie van Toelichting (30370, nr. 3), tenzij anders vermeld
Dinsdag 20-12-2005
Algemeen
De Tweede-Kamerfractie van D66 streeft naar flexibilisering van de arbeidsmarkt en beschouwt het voorstel voor de Wet wijziging WW-stelsel en ontslagrecht als een stap in de goede richting. Flexibilisering van arbeidsrelaties zal ertoe leiden dat werkgevers het sneller aandurven om mensen in dienst te nemen. De fractie van D66 vindt dat deze doelstelling niet in gevaar moet worden gebracht door allerlei flankerende beleidsmaatregelen die de arbeidsmarkt weer dichttimmeren en nieuwe bureaucratie veroorzaken.
Ondanks de goede hoofdlijnen van het wetsvoorstel ziet de D66-fractie teveel aanzetten voor een averechts werkend, flankerend beleid. Te denken valt aan de plannen voor invoering van een preventieprikkel. Ook wil de D66-fractie waarschuwen dat bevordering van employability op zichzelf een goede zaak is, maar dat de samenleving niet zo maakbaar en simpel is dat we dat in allerlei verplichtingen en regels kunnen vatten. Als we dat wel gaan doen zal het leiden tot bureaucratie en zullen preventieverplichtingen er vooral voor zorgen dat werkgevers minder snel personeel aannemen, met name in het midden- en kleinbedrijf. Een praktisch probleem is dat employability-inspanningen moeilijk meetbaar zijn, waardoor het zeer arbitrair is welke eisen je zou moeten stellen.
De D66-fractie is verder van mening dat de herziening van het ontslagstelsel nog niet ver genoeg gaat, en dat de regering nog in deze kabinetsperiode met nadere voorstellen moet komen. Het kabinet wekt op dit terrein nu de indruk voorlopig op zijn handen te gaan zitten.
De D66-fractie zou de regering willen vragen hoe zij de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Koşer Kaya over het toepassen van het vernieuwde ontslagrecht op ambtenaren (Kamerstuk 30300 XV, nr. 68) gaat uitvoeren. Kan bij het antwoord meteen een inventarisatie verstrekt worden van alle onderdelen waar de ontslagpraktijk voor ambtenaren, om wat voor reden dan ook (dus bijvoorbeeld als gevolg van andere wetgeving, ofwel als gevolg van rechtspositieregelingen of andere afspraken over arbeidsvoorwaarden e.d.) afwijkt van de ontslagpraktijk voor andere werknemers?
Bedrijfseconomisch ontslag (blz. 4) en advies Stichting van de Arbeid (blz. 23/24)
De fractie van D66 is het er op zichzelf mee eens dat het lifo-beginsel als hoofdregel voor ontslagselectie bij bedrijfseconomisch ontslag, vervalt. Wel vraagt deze fractie zich af of het ervoor in de plaats komende afspiegelingsbeginsel wel zo makkelijk hanteerbaar is, en of dit geen leeftijdsdiscriminatie impliceert. Hoe groot acht het kabinet overigens de kans dat de mogelijkheid om bij CAO af te wijken van de wettelijke hoofdregel alsnog in veel gevallen tot toepassing van het lifo-beginsel leidt? Gaat de inhoud van CAO-afspraken hierover nog een rol spelen bij de beslissing om CAOs al dan niet algemeen verbindend te verklaren?
Begrijpt de D66-fractie het goed dat bij toepassing van afwijkende CAO-afspraken geen CWI-toets plaats vindt, en bij toepassing van de wettelijke hoofdregel van het afspiegelingsbeginsel wel?
Hoewel de D66-fractie zich kan voorstellen dat bij reorganisaties in grote bedrijven betrokken vakbonden over de nodige expertise beschikken, vindt deze fractie dat in principe ook met een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afwijkende ontslagcriteria overeengekomen moeten kunnen worden. Het kabinetsstandpunt hierover is niet overtuigend. Graag een reactie.
Preventieprikkel (blz. 8/9, blz. 19/20 en blz. 36)
Hoewel de D66-fractie vindt dat de arbeidsparticipatie van ouderen omhoog moet, vindt deze fractie dat de voorgestelde preventieprikkel te zeer gericht is op het handhaven van de status quo, en op het beschermen van insiders op de arbeidsmarkt ten koste van outsiders. Oudere werknemers zullen in het algemeen, door toepassing van de kantonrechterformule, een hogere ontslagvergoeding meekrijgen dan jongere werknemers en dus is het voor werkgevers al duurder om oudere werknemers te ontslaan. Het daar bovenop invoeren van een preventieprikkel doet de beoogde flexibilisering van de arbeidsmarkt weer deels teniet en leidt tot bureaucratie.
Het lijkt erop (zie blz. 36) dat het kabinet langs een omweg alsnog bezig is het eerdere, door de Kamer van de hand gewezen voorstel uit de WWOW in te voeren. Gelet op het omstreden karakter van de preventieprikkel zou de D66-fractie het al helemaal onjuist vinden om deze uit te werken bij algemene maatregel van bestuur. De D66-fractie verzoekt het kabinet dan ook de delegatiebepaling die dit mogelijk maakt, door middel van een nota van wijziging uit het wetsvoorstel te schrappen.
IOW (blz. 10)
De regering kondigt aan nog met een wetsvoorstel voor een IOW te komen. Met het oog hierop wil de D66-fractie alvast vragen op een rij te zetten wat straks de verschillen zullen zijn tussen de in te voeren IOW en de inmiddels afgeschafte WW-vervolguitkering.
Wekeneis (blz. 11)
De D66-fractie vraagt zich af in hoeverre het afschaffen van de afwijkende wekeneis voor seizoensarbeid ertoe leidt dat WWers er maar helemaal van afzien om in deze sector aan de slag te gaan, uit angst opgebouwde WW-rechten te verspelen zonder daar snel nieuwe voor terug te krijgen. Graag een reactie.
De hoogte van de basisuitkering (blz. 12/13)
De fractie van D66 zou graag de meest recente cijfers/onderzoeksresultaten zien waaruit het beroep op de WW naar inkomenscategorie blijkt, en in hoeverre de hoogte van de WW voor de verschillende inkomenscategorieën afwijkt van het sociaal minimum.
Invulling feitelijk arbeidsverleden (blz. 15)
De fractie van D66 voelt wel sympathie voor het SER-voorstel om aan de eis van 52 loondagen een eis van 200 arbeidsuren per jaar toe te voegen. Het kabinet neemt dit voorstel niet over, omdat dat zou leiden tot initiële uitvoeringskosten zonder structurele besparingen. De D66-fractie wil het kabinet verzoeken de kosten en baten van de verschillende modaliteiten naast elkaar te zetten, zodat de Kamer op basis van de cijfers kan oordelen.
Poortwachtertoets WW (blz. 20-22)
De D66-fractie vindt het op zichzelf goed dat met een poortwachtertoets zal worden gekeken of werklozen zich voldoende hebben ingezet voor het vinden van een baan en dus in aanmerking komen voor voortzetting van hun WW-uitkering. Wel is er meer helderheid nodig over de toetsingscriteria.
Het kabinet schrijft op blz. 21 dat met name beoordeeld zou kunnen worden "in hoeverre er gebruik is gemaakt van het door de sector, CWI en/of UWV beschikbaar gestelde instrumentarium". De D66-fractie wil weten welk instrumentarium precies wordt bedoeld, en of dat in alle gevallen ook daadwerkelijk beschikbaar is voor en aangeboden wordt aan WWers.
Overigens denkt de D66-fractie dat het alleen zin heeft om werklozen af te rekenen op het gebruik van het instrumentarium, als dat instrumentarium ook effectief is. De kans op het vinden van een baan met gebruik van het instrumentarium zal dus significant groter moeten zijn dan de kans op het vinden van een baan zonder gebruik van het instrumentarium. Welke statistieken zijn hierover bekend? Graag een reactie.
Sollicitatieplicht WW (blz. 22)
De regeling voor individuele vrijstelling van de sollicitatieplicht wordt in 2010 geëvalueerd. De fractie van D66 wil weten of dit betekent dat de vrijstellingsregeling van tijdelijke aard is, en of het niet verstandig zou zijn om deze eerder te evalueren. Graag een reactie.
Beperking verwijtbaarheidstoets WW (blz. 24-27)
De D66-fractie is het zeer eens met de beperking van de verwijtbaarheidstoets, teneinde het aantal pro-formaprocedures te beperken. Hoe en wanneer gaat de regering monitoren of de aanpassing in de praktijk daadwerkelijk tot minder procedures leidt?
Werkhervattingen van kleine omvang (blz. 33)
Paragraaf 6.4 over werkhervattingen van kleine omvang is naar de mening van de D66-fractie zéér onhelder. Kan nogmaals uitgelegd worden wat het kabinet hier nu voorstelt? Wat is volgens het kabinet het verschil tussen nihil (=niets, nul) en zeer nihil?
Begrijpt de D66-fractie het desondanks goed dat bij werkhervattingen met een kleine omvang voortaan 70% van het inkomen uit arbeid op de uitkering in mindering wordt gebracht, en dat de mogelijkheid om het aantal uren te verrekenen, komt te vervallen?
Commentaar Raad voor de Rechtspraak (blz. 39)
Uit het commentaar van de Raad voor de Rechtspraak valt op te maken dat er jaarlijks nog maximaal 10.000 pro forma ontbindingsprocedures zullen worden aangespannen, en dat bij deze procedures andere redenen dan de aanspraak op een WW-uitkering een rol spelen. De D66-fractie wil weten wat de andere redenen zijn waarom er ondanks het beperken van de verwijtbaarheidstoets nog pro forma procedures zullen resteren.
Financiële effecten (blz. 40-45)
Naar aanleiding van het hoofdstuk over de financiële effecten heeft de D66-fractie de volgende vragen:
wat zijn de financiële effecten van het wetsvoorstel als de huidige ramingsinzichten voor de WW- en WWB-instroom worden gehanteerd, in plaats van de uitgangspunten uit de middellange-termijnraming uit 2003 (blz. 40)?
kunnen de in Tabel 1 en 2 (blz. 41) genoemde gedragseffecten toegelicht worden? Welke effecten worden hier bedoeld?
wat is precies de kostenbesparing voor de rechterlijke macht en waar slaat deze neer (blz. 43)? Waarom is deze besparing niet gekwantificeerd in de Memorie van Toelichting?
waarom bedraagt de besparing bij CWI, als gevolg van de beperking van de verwijtbaarheidstoets, slechts 1,5 miljoen en hoe verhoudt dit cijfer zich tot de "nog met CWI af te stemmen besparing op de structurele uitvoeringskosten"? Hoe is de besparing bij CWI van 0,5 à 1 miljoen, als gevolg van de veranderingen in het ontslagrecht, opgebouwd? Wat is er uit het overleg met CWI over de implementatiekosten en de structurele uitvoeringskosten, als gevolg van de beperking van de verwijtbaarheidstoets, gekomen? (blz. 44)
Artikel XIII. Inwerkingtreding (Kamerstuk 30370, nr. 2, blz. 23)
De D66-fractie ziet graag toegelicht wanneer de regering welk onderdeel van dit wetsvoorstel in werking wil laten treden, en hoe dit zich verhoudt tot de beoogde invoering van de IOW.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
