Kamerinbreng: tussenschoolse kinderopvang
Als aanvrager van dit debat is zonder mijn medeweten of akkoord besloten het tijdstip van het AO over tussenschoolse opvang te vervroegen. Omdat ik niet adequaat ben ingelicht over het genomen besluit, ben ik niet in de gelegenheid gesteld aanwezig te zijn en mijn inbreng te leveren. Ik betreur dat collega Sterk mijn afwezigheid tijdens dit debat tegen mij heeft gebruikt. Mijn inbreng is in schriftelijke vorm aan de staatssecretaris toegegaan.
Voorzitter,
De tussenschoolse opvang is de blinde vlek van de schooldag. Het toezicht is minimaal, pestgedrag komt juist dan het meest voor, een tekort aan overblijfkrachten (bijna niemand wil voor een vrijwilligersbedrag zon groot verantwoordelijkheid dragen), ouders die om de haverklap opgeroepen worden om zich als overblijfkracht op te geven.
En dan heb ik het niet eens over de overblijfruimten die niet voldoen voor het groeiend aantal kinderen dat van tussenschoolse opvang gebruik maakt.
De staatssecretaris heeft echter een positief beeld:
In 2011 is de helft van de overblijfkrachten geschoold,
Ouders zijn tevreden over de kwaliteit,
En over de ouderbijdrage.
Maar met de praktijk heeft dit niets te maken. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is dan ook. Erkent u de door mij hiervoor genoemde problemen en zo ja waarom wilt u dan geen geïntegreerd schooldag? Waarom kan de tussenschoolse opvang niet ook onder de Wet kinderopvang vallen? Uw argument dat het te kostbaar is deel ik niet. Allereerst is het gewoon een kwestie van keuzes maken. Dit kabinet trekt ook geld uit voor gratis schoolboeken. Gewoon inkomenspolitiek. Het programma Kassa van 12 september 2008 liet bovendien zien dat er scholen zijn die voor weinig geld kwalitatief goede tussenschoolse opvang kunnen aanbieden. Er werd een voorbeeld van een school in Rotterdam getoond.
Als dit in Rotterdam mogelijk is dan zou dat landelijk toch ook mogelijk moeten zijn. Hoe gaat u er voor zorgen dat het voorbeeld van Rotterdam wordt gevolgd.
De staatssecretaris geeft aan dat de kosten van tussenschoolse opvang tussen de 0,72 Euro en 2,14 Euro ligt. Ik denk dat veel ouders bereid zijn om 2,14 per keer te betalen
als zij ook verzekerd zijn van een goede zorg voor hun kind en een veilige omgeving.
Veel professionele opvanginstellingen bieden een overblijfkracht en een paar placemats. 2,14 is veel geld voor een placemat en een oppas.
Wat gebeurd er met al dit geld?
Zou er ook een gezonde lunch van betaald kunnen worden?
Zijn deze instellingen in staat om van dit geld het personeel op te leiden? Wat moet dit personeel eigenlijk kunnen?
Is er een controle of dit geld dan ook naar de opleiding van het personeel gaat?
Kortom: Ik wil van de staatssecretaris weten aan welke eisen deze professionele instellingen moeten voldoen en hoe zij ervoor gaat zorgen dat de gelden voor de tussenschoolse opvang ook daadwerkelijk voor de tussenschoolse opvang worden gebruikt. Gaat zij deze gelden oormerken? Dat zou een oplossing kunnen zijn. Schoolbesturen en ouders kunnen dan echt nagaan of de ontvangen gelden voor de tussenschoolse opvang zijn gebruikt. Graag een reactie.
Ik deel de mening van de staatssecretaris dat de brede scholen een goede weg zijn naar kwalitatieve opvang.
Ouders zullen immers voor-, tussen- en naschoolse opvang nodig hebben als zij een volledige dag werken.
En D66 wil dat mannen en vrouwen meer volledige dagen gaan werken. Maar dan moeten de faciliteiten dit ook mogelijk maken. Dit onderbrengen op één locatie is voor alle partijen goed. Alleen met een totaalpakket maak je hogere arbeidsparticipatie mogelijk.
Voor de kinderen biedt dit stabiliteit, de ouders hebben zekerheid van goede opvang, en het aantrekken van personeel zal verbeteren.
Het stimuleren van scholen en opvanginstellingen om opvangruimten aan te passen kan dan ook op mijn steun rekenen.
Maar een nieuwe grote basisschool zal nu niet perse een brede school worden. Terwijl dit wel nodig is. Willen we onder andere de arbeidsparticipatie verhogen, meer rust brengen in het leven van de kinderen, dan is één locatie gewoon nodig.
In uw brief zegt u een substantiële deel van de 29 miljoen te steken in het stimuleren van brede scholen. Hoeveel is een substantieel deel? Graag hierop een antwoord.
Tot slot Voorzitter,
Nogmaals wil ik benadrukken dat voor het toetsen van de kwaliteit en prijs van de tussenschoolse opvang het mij nog steeds nuttig lijkt om deze onder te brengen bij de Wet Kinderopvang. Als je kijkt naar een brede school dan zit de tussenschoolse opvang volledig geïntegreerd in de voor- en naschoolse opvang. Het verbaast mij dan ook dat de staatssecretaris deze nog steeds niet onder wil brengen bij de Wet Kinderopvang. In uw brief schrijft u dat de doelgroep voor de tussenschoolse opvang groter is dan de doelgroep van de Wet Kinderopvang. Toch zullen dezelfde kinderen gebruik maken van de voor-, tussen- en naschoolse opvang.
Waarom is dan dit argument voor u leidend om tussenschoolse opvang niet onder de Wet te brengen?
Is het niet zo dat ook bij de tussenschoolse opvang arbeid en zorg gecombineerd worden?
Het zijn immers veelal werkende ouders die ook gebruik maken van tussenschoolse opvang. Tevens staat in de Wet Kinderopvang dat niet alleen werkende ouders een beroep kunnen doen op de Wet kinderopvang. Daarmee lijkt mij dat de doelgroep van tussenschoolse opvang prima te integreren is in de Wet kinderopvang. Kunt u concreet zeggen wat de exacte verschillen tussen de doelgroepen zijn en waarom deze niet te verenigen zijn in de Wet Kinderopvang?
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
