Beluister deze pagina met proReader

Kamervragen: inspectie van kinderdagverblijven

Nieuws Verwijder paragraaf Bewerk paragraaf
dinsdag 11 juli 2006

Vragen van het lid Koşer Kaya (D66) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de inspectie van kinderdagverblijven. (Ingezonden 21 juni 2006)

 

1

Hebt u kennisgenomen van het bericht 1) dat slechts de helft van de kinderdagverblijven door de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) is geïnspecteerd sinds die vorig jaar verantwoordelijk werden voor de naleving van de Wet Kinderopvang?

 

Ja.

 

2

Hoe beoordeelt u de situatie dat een groot aantal gemeenten een achterstand heeft bij de uitvoering van de Wet Kinderopvang?

 

In de Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang is het jaar 2005 aangemerkt als overgangsjaar voor het eerstelijnstoezicht door de GGD. Dit om de GGD voldoende tijd te geven zich te laten scholen in de nieuwe werkwijze en de houders van kindercentra en gastouderbureaus de gelegenheid te bieden voor het maken van de (nieuwe) risico-inventarisaties en pedagogische beleidsplannen.

Dat 2005 een overgangsjaar was, is een bijzondere omstandigheid waarvoor de Wet kinderopvang in artikel 62, tweede lid, de ruimte biedt. De toezichthouder was derhalve niet verplicht dat jaar ieder kindercentrum en gastouderbureau tenminste één keer te controleren. In de praktijk heeft de GGD zich in 2005 grotendeels beperkt tot nieuwe meldingen en kinderopvangorganisaties waar sprake was van problemen of (een vermoeden van) onvoldoende kwaliteit. Dit betekent dat in 2005 lang niet alle jaarlijkse controles zijn uitgevoerd. Op 22 maart jl. heb ik dit gegeven besproken met de VNG en met GGD Nederland. Het belang van de jaarlijkse controle werd daarbij door deze partijen onderschreven.

Een recente enquête van GGD Nederland wijst uit dat in de maanden oktober 2005 t/m januari 2006 ongeveer een kwart van alle kinderopvangorganisaties is geïnspecteerd. Op basis van die cijfers verwacht GGD Nederland dat in 2006 alle kinderopvangorganisaties ten minste één keer zullen worden geïnspecteerd. De Inspectie Werk en Inkomen van mijn ministerie zal er op toezien dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.

 

3

Klopt het dat veel gemeenten alleen de kinderdagverblijven controleren waarmee het slecht lijkt te gaan?

 

Nee. Zie het antwoord op vraag 2.

 

4

Hoe beoordeelt u de klacht van gemeenten dat een gebrek aan middelen de oorzaak is van het niet nakomen van de verplichtingen? Deelt u de mening dat € 40,-- per kind voldoende zou moeten zijn, maar dat het probleem ligt in het feit dat dit bedrag niet geoormerkt is en gemeenten het voor andere zaken gebruiken?

 

Via het Gemeentefonds is jaarlijks € 7 miljoen beschikbaar voor het toezicht. Dit betreft zowel de kosten voor de GGD als voor de gemeente (bijvoorbeeld voor handhaving). Dit najaar zal onderzoek worden gedaan naar de actuele kosten van toezicht en handhaving en de verdeling van de door het Rijk ter beschikking gestelde middelen tussen de gemeenten en GGDen. Vooralsnog ga ik er van uit dat hier geen sprake is van een probleem.

 

5

Deelt u de mening dat goede inspectie van de kinderdagverblijven van wezenlijk belang voor de kwaliteit is? Zo ja, deelt u de mening dat de oprichting van een landelijke inspectie de kwaliteit van kinderopvang beter waarborgt?

 

De kinderopvang is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het eigen aanbod. Op die basis is goed toezicht op kindercentra en gastouderbureaus van wezenlijk belang voor de kwaliteit. Goed toezicht dient selectief, slagvaardig, samenwerkend, onafhankelijk, transparant en professioneel te zijn[1]. Dat geldt voor zowel voor regionaal c.q. locaal georganiseerd toezicht als voor landelijk georganiseerd toezicht. 

Een landelijke inspectie is niet noodzakelijk om de kwaliteit van de kinderopvang te waarborgen. De regering en het parlement hebben met de invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 gekozen voor gemeentelijk toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang. Wij vonden het van belang het toezicht zo dicht mogelijk bij het uitvoeringsniveau neer te leggen. De gemeente heeft het beste zicht op de lokale praktijk en is bovendien voor zowel burger als kinderopvanginstelling gemakkelijk te benaderen. Met de invoering van de Wet kinderopvang is het gemeentelijke toezicht gestroomlijnd en de uitvoering door de GGD verregaand geüniformeerd. Zoals bekend heb ik voor 2006 en 2007 aan VNG en GGD Nederland in totaal € 3 miljoen toegekend om de bovengenoemde lijn verder door te trekken en het toezicht te versterken.

  

1) Trouw online, 12 juni jl.

 

(Novum) - Slechts de helft van alle kinderdagverblijven is door de GGD geïnspecteerd sinds die vorig jaar verantwoordelijk werd voor de naleving van de Wet kinderopvang. Dat stelt voorzitter van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (Boink) Gjalt Jellesma maandag in het blad Binnenlands Bestuur. Hij baseert zich op een nog niet gepubliceerd rapport van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) en op gegevens van oudercommissies die zijn aangesloten bij Boink.

In januari heeft de IWI volgens Binnenlands Bestuur geconstateerd dat een groot aantal gemeenten achter ligt bij de uitvoering van de Wet kinderopvang. Ongeveer de helft van de gemeenten meldde toen aan de IWI dat in juli vorig jaar minder dan driekwart van het budget voor de Wet kinderopvang daadwerkelijk voor kinderopvang wordt gebruikt.

Tijdens het overgangsjaar 2005 waren de gemeenten verplicht om alle nieuwe en slecht functionerende kinderdagverblijven te controleren. Vanaf 1 januari moesten de gemeenten volgens Boink klaar zijn om ook alle andere crèches te inspecteren. Dit moet volgens de nieuwe wet minimaal een keer per jaar gebeuren, maar Jellesma vreest dat hieraan dit jaar niet kan worden voldaan.

Volgens Jellesma controleren veel gemeenten alleen de kinderdagverblijven waar het slecht leek te gaan. "Ze zeggen dat ze niet genoeg geld hebben, maar ze kregen veertig euro per kind. Het probleem is dat het geld niet geoormerkt is." Het geld zou voor andere zaken worden gebruikt. "Vorig jaar was een overgangsjaar en toen is nog maar de helft gecontroleerd. Nu zijn we ver in 2006 en de situatie verbetert niet." De GGD Nederland laat in Binnenlands Bestuur weten ernaar te streven om eind dit jaar alle crèches zeker een maal te hebben gecontroleerd.

Jellesma pleit voor de oprichting van een landelijke inspectie. "Het tweedelijnstoezicht van de IWI is pas achteraf en boetes worden nooit uitgedeeld." Het rapport wordt waarschijnlijk in augustus openbaar, nadat minister Aart Jan de Geus (CDA) het heeft gelezen.



[1] Ministerie van BZK: "Minder last, meer effect" - kaderstellende visie op toezicht (12 oktober 2005).





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave



D66 Nieuws

d66_logo.jpg

woensdag 16 mei 2012

D66 in Europese "IT GETS BETTER"-video tegen homofobie

17 mei is het 'International Day Against Homophobia and Transphobia'. In het kader van deze dag hebben leiders en politici van de Europese Unie een videoboodschap opgenomen waarin zij aan de jeugd van ...     lees verder
dinsdag 8 mei 2012

"Braziliaanse organisatie frustreert VN-duurzaamheidstop Rio+20"

Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy is teleurgesteld dat het Europees Parlement geen officiële delegatie zal afvaardigen naar de VN-Duurzaamheidstop Rio+20. Gerbrandy, die deze delegatie namens he ...     lees verder


online netwerken

Mijn Netwerken

 

 

 


Landelijk




Agenda

RSS