Opinie: 10 gemiste kansen op sociaaleconomisch gebied
Vandaag presenteert het kabinet haar beleid voor de komende 4 jaar. En daaruit blijkt wat D66 al sinds de verkiezingen weet: op de warme golven van een aantrekkende economie spendeert het kabinet uitbundig, maar verzuimt ondertussen hete hangijzers - die bij de verschillende coalitiepartijen onderling gevoelig liggen - aan te pakken.
Economische voorspoed is bij uitstek het moment om te hervormen: zo bereid je je voor op tijden dat het weer even tegenzit. En er is nogal wat te hervormen in Nederland. Door de vergrijzing dreigt de AOW in de nabije toekomst onbetaalbaar te worden. Wat doet het kabinet? Ze fiscaliseert de AOW, een maatregel die alleen de veelverdiener raakt en de economische groei remt.
Maar denk ook aan de woningmarkt. Gebrek aan bouw van betaalbare starterswoningen, torenhoge huizenprijzen en een krappe huurmarkt zorgen ervoor dat starters geen kans maken op de woningmarkt. Maar één van de oorzaken van de hoge huizenprijzen, de hypotheekrenteaftrek, mag van het CDA niet bediscussieerd worden. Een impasse is het gevolg.
In haar vorige week gepubliceerde rapport bevestigt de Raad van Economisch Adviseurs de waarnemingen van D66.
Met de nieuwe beleidsplannen probeert het kabinet een warm gevoel te creëren, maar blijven de belangrijke dossiers liggen. Daarnaast wordt het kabinet gekenmerkt door het wantrouwen dat ze in het kunnen van de burger heeft. De plannen blijven steken in paternalisme, het idee dat vadertje staat de problemen van de burgers wel oplost.
D66 wil mensen niet van de wereld afschermen, maar ze weerbaar maken. De partij maakt zich ernstig zorgen om het sociaaleconomische beleid van het kabinet. Daarom presenteren we, als tegenhanger van het kabinetsbeleid, een tienpuntenplan om de economie weer toekomstbestendig te maken.
1. Werkzekerheid is belangrijker dan baanzekerheid
In Nederland worden werknemers met een vast contract goed beschermd. Zo goed zelfs, dat werkgevers huiverig zijn om nieuw personeel aan te nemen. Het gevolg is een tweedeling op de arbeidsmarkt, tussen mensen met een vast contract (insiders) en zij die dat niet hebben (outsiders). Outsiders hebben minder rechten dan insiders, bouwen minder of geen pensioen op, en zijn goedkoper om te ontslaan. Bij bezuinigingen vliegen ze er als eerste uit. Het gevolg is dat mensen werkloos thuis zitten, simpelweg omdat ze geen kans krijgen op de arbeidsmarkt. Ontslagbescherming is dus, paradoxaal genoeg, juist voor werknemers onrechtvaardig.
Daarom pleit D66 voor versoepeling van het ontslagrecht. Dat is socialer: mensen weten sneller waar ze aan toe zijn en hoeven geen jarenlange procedures te voeren, en het dualisme insider/outsider behoort tot het verleden. Daarnaast stimuleren we de economie: werkgevers zullen sneller iemand in vaste dienst nemen, en kunnen tegelijkertijd wanneer nodig overtollig personeel makkelijker ontslaan. Deze mensen hebben vervolgens weer meer kans op een nieuwe baan. Voor D66 is werkzekerheid belangrijker dan baanzekerheid. Versoepeling van het ontslagrecht is daarvoor noodzakelijk.
2. Langer doorwerken is noodzakelijk
We leven steeds gezonder en langer. We nemen ruim de tijd voor een carrière. Tegelijkertijd krijgt de Nederlandse vrouw nog maar 1,7 kind (2,1 is nodig om een bevolking op peil te houden). De maatschappij ontgroent én vergrijst dus. Onze oudedagvoorziening, de AOW, is gebaseerd op het omslagstelsel. Kinderen betalen de uitkering van hun ouders. Dat systeem komt door de demografische verschuiving onder grote druk te staan.
Daarom wil D66 de AOW-leeftijd verhogen naar 67 jaar. Elk jaar met een maand, gedurende 24 jaar. Daardoor groeit onze economie. Maar het is ook de enige adequate oplossing om de AOW betaalbaar te houden, zoals ook het Centraal Planbureau concludeerde. De Raad van Economisch Adviseurs komt nu met een soortgelijk advies. De boodschap is duidelijk: fiscalisering van de AOW (wat een rem op de economische groei zet) en andere softe maatregelen van het huidige kabinet gaan de kar niet trekken. Onze kinderen zullen uiteindelijk onze AOW moeten betalen. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat die kosten draaglijk blijven.
3. Verruim de openingstijden van de dienstensector
D66 staat voor keuzevrijheid. Mensen moeten zelf kunnen bepalen wanneer ze naar apotheek, tandarts, bibliotheek of gemeenteloket gaan. De 9 tot 5 mentaliteit die deze keuzevrijheid ondermijnt past niet meer bij deze tijdgeest. D66 wil daarom een flexibilisering van de openingstijden van de dienstensector.
Dat stimuleert de economie: ruimere openingstijden betekent dat mensen er meer gebruik van zullen maken. En als de openingstijden flexibiliseren, verschuiven werktijden mee. Er is dan geen reden meer om met zn allen s ochtends en s avonds in de file te gaan staan. Zo wordt ons overspannen weggennet ontlast.
Bovendien bevordert het de emancipatie. Ouders kunnen hun werktijden minder laten overlappen, en houden meer tijd over om zelf voor de kinderen te zorgen. Moeders zijn niet genoodzaakt parttime te werken, en hoeven dus niet in te leveren op hun carrière.
4. Reïntegratie door gemeenten laten uitvoeren
De komende jaren krijgen we te maken met een grote krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zitten er 400.000 mensen thuis. Veel van hen willen wel werken, maar kunnen geen zinvolle baan kunnen vinden. Tot op heden heeft de overheid steeds naar manieren gezocht om hen aan het werk te helpen tegen zo min mogelijk kosten. Maar de organisatie van het huidige werkgelegenheidsbeleid kan dat streven niet waarmaken omdat de prikkel tot efficiënt werken ontbreekt. Het CWI en het UWV worden op dit moment afgerekend op het aantal ingeschreven werkzoekenden, waardoor de paradoxale situatie ontstaat dat beide organisaties baat hebben bij een hoge werkloosheid.
De Kafkaëske gevolgen zijn bekend: uitkeringen worden niet of te laat overgemaakt, mensen worden van het kastje naar de muur gestuurd, en als je om informatie belt mag je blij zijn als je na tien keer een medewerker te spreken krijgt. De individuele uitkeringsgerechtigde is hiermee niet gediend.
Beter is als de gemeenten de reïntegratie het verstrekken van de WW-uitkering uitvoeren. Sinds de gemeenten bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor de bijstand dragen is het aantal uitkeringen tot een historisch laagtepunt gedaald. Daarom pleit D66 ervoor om de WW door de gemeente te laten uitkeren. Zo kunnen vrijwel het gehele CWI en delen van het UWV worden opgeheven en zijn we af van alle SUWI evaluaties, wat een enorme besparing oplevert. Voorwaarde is wel dat de ICT systemen van de gemeentes met elkaar verbonden worden, zodat mensen ook buiten hun gemeente aan een baan kunnen worden geholpen.
5. Geef uitzendbureaus de ruimte
Ondertussen hebben de werkzoekenden een steuntje in de rug nodig. D66 ziet een belangrijke rol voor uitzendbureaus. Uitzendbureaus hebben, in tegenstelling tot het CWI, een winstoogmerk, en hebben er dus belang bij mensen zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Ze beschikken over betere netwerken in het bedrijfsleven dan het CWI. Dat betaalt zich uit: jaarlijks helpen ze ongeveer 150.000 allochtonen, arbeidsongeschikten, ouderen en langdurig werklozen aan een baan, ruim twee keer zoveel als het CWI. Daarnaast vergemakkelijkt tijdelijk werk de overstap naar een vaste baan: 80% van de werklozen heeft na een tussenstap via tijdelijk werk na vijf jaar een vaste baan, terwijl dat voor mensen die geen tijdelijk werk hebben gedaan slechts 50% is.
Helaas zijn de regels en CAO-afspraken over uitzendwerk op dit moment zodanig beperkend en bureaucratisch dat minder mensen dan idealiter mogelijk is langs deze weg aan de slag komen. Daarom zegt D66: pak langdurige werkloosheid aan in samenwerking met uitzendbureaus, en verminder de regeldruk. Onmisbaar is de ontwikkeling van een markt voor persoonlijke dienstverlening. Zo kunnen schoonmaak- en kluswerkzaamheden in en om het huis uit de schemer van het zwartwerken worden getrokken. Daarnaast kan de uitzendbranche ook als leerwerkbedrijf worden ingezet. Een flexibele economie vraagt om flexibele arbeiders; uitzendbureaus zijn daarvoor onmisbaar.
6. De bezem door de woningmarkt
Nederland kampt al jaren met een overbelaste woningmarkt. Met name in de grote steden is het voor studenten en starters vrijwel onmogelijk betaalbare woonruimte te vinden. De doorstroming naar een koopwoning wordt bemoeilijkt door de stijgende huizenprijzen, waardoor goedkope sociale huurwoningen vol zitten met mensen die teveel verdienen. Prijsstijgingen van 5% of meer zijn inmiddels heel gewoon. Volgens de Raad voor Economisch Adviseurs weerspiegelt deze stijging voornamelijk de schaarste in woningen en de tegenvallende bouwproductie.
Daarnaast biedt huurliberalisering geen wezenlijke oplossing voor het beter functioneren van de woningmarkt, leidt het waarschijnlijk niet tot een werkelijk grotere doorstroming en heeft het naar verwachting wél negatieve sociale gevolgen voor de bevolkingssamenstelling van verschillende wijken. Daarbovenop heeft het kabinet elke discussie rondom de woningmarkt op slot gezet: over zowel de huurmarkt als de hypotheekrenteaftrek wordt tot nader order niet gepraat.
Maar om de huidige malaise het hooft te bieden acht D66 een fundamentele herbezinning van de woningmarkt echter noodzakelijk. Uitgezocht moet worden hoe de rijksbijdragen aan huur- en koopwoningen kunnen worden teruggebracht, voordat met de liberalisering wordt verder gegaan. Meer maatwerk is nodig, meer bouwen waaraan behoefte is en bevordering van doorstroming, om onnodige subsidies te beëindigen en gelijktijdig bij te dragen aan een gezonde samenstelling van wijken, steden en regio's.
7. Schaf de hypotheekrenteaftrek geleidelijk af
D66 plaatst de discussie over de toekomst van de aftrek van de hypotheekrente in de context van de gehele woningmarkt. Duidelijk is dat er iets moet gebeuren op de woningmarkt, nu starters het moeilijk hebben om toegang te verkrijgen tot de woningmarkt en de hypotheekrenteaftrek onbetaalbaar dreigt te worden. Aan bestaande rechten zal echter niet getornd mogen worden, omdat de overheid de verantwoordelijkheid heeft zich voorspelbaar en betrouwbaar op te stellen richting de burger.
D66 wil de hypotheekrenteaftrek daarom slechts in nieuwe gevallen beperken tot 500.000 euro. Deze maatregel is vergelijkbaar met de hervorming die in Engeland is gedaan, omdat ook daar een hoge grens is ingesteld. Door de komende decennia deze grens aan de aftrekbaarheid te hanteren zal de inflatie en de stijging van de waarde van huizen er vanzelf voor zorgen dat de aftrek geleidelijk wordt afgebouwd. De tijd zal dan de aftrek geleidelijk beperken.
Een toename van het aanbod van woningen sorteert echter het meeste effect op de doorstroming. Het vergroten van het woningaanbod is daarom de belangrijkste prioriteit, waarbij de meeste aandacht gericht moet zijn op het uitbreiden van het aantal (betaalbare) woningen voor jongeren en starters.
8. Baas over eigen pensioen
93% van de Nederlandse werknemers boven de 25 heeft een pensioenregeling als aanvulling op de AOW. In veel sectoren is het pensioenfonds CAO-gebonden. Dat betekent dat zon fonds tegen lage kosten kan werken (er is immers geen concurrentie), maar ook dat er geen prikkel is om te innoveren. De pensioenensector is echter in beweging, en zal in toenemende mate naar Europa verschuiven. Nederland kan daarbij een voortrekkersrol spelen, maar dan moet de kennis die we bezitten wel actief geëxporteerd worden. Daarom pleit D66 voor een Nederlandse pensioenlobby, die Nederland actief aanprijst als aantrekkelijke vestigingsplaats voor Europese pensioenfondsen.
Daarnaast wil D66 dat pensioenen maatschappelijk verantwoord beleggen. Als fondsen in landmijnen (die door de regering als ontoelaatbare investering zijn gekenmerkt) beleggen moet dat openbaar worden gemaakt, zodat de deelnemer ziet wat er met zijn geld gebeurt. In datzelfde kader pleit D66 voor meer ruimte met betrekking tot de keuze voor een pensioenfonds. De oudedagvoorziening is een zaak die direct raakt aan het menselijk bestaan, en D66 wil dat de keuzevrijheid voor een pensioen dat raakvlak weerspiegelt.
9. Een rechtvaardig belastingstelsel
Bij een open en flexibele economie hoort een rechtvaardig en overzichtelijk belastingregime. Oneigenlijke maatregelen die de belastinggrondslag onnodig versmallen moeten dan ook worden afgeschaft. Te vaak zijn burgers geconfronteerd met zogenaamde tijdelijke belastingen waarvan de bestaansreden allang niet meer geldig is.
D66 wil rechtvaardige belastingen. Daarom pleit D66 voor 1. verlaging van het inkomstenbelastingtarief in de eerste twee schijven, 2. vergroening van het belastingstelsel, door milieu- en energiebelastingen die tot een relatieve toename van de belastingdruk op arbeid leiden, via een belastingverlaging op arbeid terug te geven, en 3. op termijn verder vereenvoudigen van het belastingstelsel zodat er ruimte voor lagere tarieven ontstaat.
10. Individualiseer de algemene heffingskorting.
De overdraagbare heffingskorting of zogeheten thuiszitpremie, het belastingvrije bedrag bedoeld om ouders een steuntje in de rug te geven, is vrouwonvriendelijk. In de praktijk blijkt namelijk dat de vrouw thuisblijft, terwijl de man zijn carrière hervat. Om de emancipatie tegemoet te komen wil D66 daarom dat de heffingskorting geïndividualiseerd wordt.
Daarnaast komt het vaak voor dat mensen in de lagere inkomenscategorieën een uitkering boven een laagbetaalde baan verkiezen, omdat het toch geen verschil maakt. D66 wil dat deze mensen er weer voor kiezen om te gaan werken, en die keuze ook in de portemonnee voelen. Daarom pleiten we voor een inkomensafhankelijke arbeidskorting. Zo houden werknemers netto meer over en wordt de arbeidsparticipatie verhoogd. En dat is zowel goed voor de werknemers als de economie.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
