Opinie: En nu ga je dansen...
Door Fatma Koser Kaya en André Meiresonne.
We vervelen ons helemaal suf
Volgens de statistieken is er al jaren sprake van economische stagnatie en geringe groei. Maar kijk rond en je weet: we hebben het materieel nog nooit zo goed gehad. Massaal bezoeken we verveelevenementen. Likkend aan ijsjes sjokken we langs de kramen. We vervelen ons helemaal suf... En al snackend klagen we wat af: zo voelen we ons steeds onveiliger - terwijl de criminaliteitscijfers al jaren dalen. Het doet denken aan gevoelstemperatuur: niet de feiten maar de beleving telt. Heel wat geklaag valt te verklaren vanuit de toenemende vergrijzing. Oudere mensen klagen en tobben nu eenmaal meer. Maar jongere mensen dan? Die klagen toch ook? Ja, die ook. En je vraagt je af: Waarom in hemelsnaam? Hebben ze het nog niet goed genoeg? Of hebben geen zin om daar zelf iets aan te doen? Of hebben ze misschien het gevoel dat ze er zelf niets aan kúnnen doen? Dat het buiten hun macht ligt? Dat er voor hen beslist wordt? Wie weet, dat gebeurt inderdaad. De hele dag door beslissen anderen voor en over ons. Bedrijven bijvoorbeeld, maar dat corrigeert zichzelf: zie de supermarktoorlog en de teruglopende horeca-omzet. De tucht van de markt is een gevoelig regelmechanisme.
We nemen onszelf niet serieus
Publieke instellingen en voorzieningen beslissen ook dagelijks voor en over ons. Maar je kunt tegenwoordig een andere energieleverancier kiezen, een andere zorgverzekeraar, een andere dokter, een andere school. Alleen geen andere trein. Daar heb je niet zoveel te kiezen. Ja, de auto. En daarmee in de file gaan staan. Die leidt naar de overheid. En de overheid laat zich alleen maar via de politiek regelen. En laten we zeggen hoe het is: de politiek functioneert gebrekkig. Er is in ons land niet zoiets als de tucht van de verkiezingen. Zolang er niet meer directe democratie is zal een politicus weinig direct effect ervaren. Er valt domweg weinig te kiezen. Want nog steeds kunnen we de belangrijkste ambstdragers niet zelf kiezen. Dus begrijpelijk dat we klagen over de politiek. We voelen ons er domweg niet serieus door genomen. Want eigenlijk zegt de politiek: wij geloven niet dat u kunt beoordelen of wij goed functioneren. Dat geeft een machteloos gevoel. En daar leggen we ons nog bij neer ook. We leveren ons uit aan de regenten. Wat dat betreft is er sinds 1966 nog niets veranderd. We nemen onszelf nog steeds niet serieus.
We zijn risicomijdend geworden
Inmiddels zit de angst voor vernieuwing, anders zijn en buiten de geijkte paden lopen er in Nederland goed in. Nederland liep niet lang geleden nog voorop in wetenschap, innovatie en maatschappijvisie. Nederlanders werden gezien als progressieve mensen. Nederland trok vrijdenkers aan, want hier kon en mocht je vrij denken. Maar de gedachtenpolitie komt eraan! Nederland dreigt af te zakken tot een behoudzuchtig en kleingeestig land. We zijn bang met z'n allen. Bange burgers. Bang voor wat anderen vinden en wat de buren er van zullen zeggen. Bang voor verlies van zekerheid. Bang dat we het nooit meer zo goed krijgen. We zijn risicomijdend geworden. Vandaar alle regelgeving. Er mag niets fout gaan. Werkelijk alles willen we onder controle houden. Daarmee veroordelen we onszelf tot middelmatigheid. Bang voor onze sociale zekerheid. Bang voor de dynamiek uit het oosten. Bang voor buitenlanders. Bang voor verlies van nationaliteit en identiteit. We voelen ons out of control. Al heel lang hebben we niet meer hoeven nadenken. Dat werd voor ons gedaan. We hebben elkaar dom en passief gehouden. Ondertussen zijn we ook nog lui en vadsig geworden. En dubbel, heel erg dubbel: we klagen over de regels, en vragen ondertussen om nog meer regels...
We hebben in een schijnwereld geleefd
We weten niet meer hoe we onszelf kunnen redden. Een halve eeuw is er voor ons gezorgd en ineens moeten we maar zien. Dat is onze beleving. En door de inrichting en werking van de sociale verzorgingsstaat hebben geen idee meer wat het verband is tussen werk en inkomen. We hebben in een schijnwereld geleefd. De globalisering maakt ons dat pijnlijk duidelijk. De grenzen vallen weg, en daarmee de bescherming. We voelen ons op onszelf teruggeworpen... en dat zijn we ook! Terug bij af. Aan iedereen wordt nu de vraag gesteld: Wat is jouw toegevoegde waarde?, en: Wat draag jij eigenlijk bij?. Goed opgeleide, ondernemende mensen hebben daar weinig moeite mee. Die voelen zich uitgedaagd. De rest is zich rot geschrokken. Veel van die mensen zijn bang en boos. Bang voor de verantwoordelijkheid die ze hoe dan ook moeten gaan dragen, de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. En boos over alles wat hen overkomt, op alles waar ze geen invloed op hebben.
We hebben een nieuwe onderkant
De angst en de woede waarin we leven komt tot uiting in onze beleving van immigranten. Ook bekend als gastarbeiders, buitenlanders, allochtonen, nieuwe Nederlanders, medelanders en geitenneukers. Ze zijn gekleurd en de meesten bevinden zich onderaan de maatschappelijke ladder. De onderkant van Nederland is tegenwoordig zwart. Daarmee hebben we nog geen etnisch probleem. En de onderkant van Nederland is moslim. Daarmee hebben we nog geen religieus probleem. Nederland heeft gewoon een nieuwe onderkant. En wat wil het geval: de onderkant van Nederland kwam altijd van buiten. Honderd jaar geleden werd Rotterdam overstroomd door Brabanders. Mensen met namen als Pastors bouwden enorme katholieke kerken - tot verbijstering van geboren Rotterdammers. Nu staan die roomse godshuizen op de monumentenlijst. Inmiddels is Rotterdam overstroomd door Turken en Marokkanen - en die bouwen enorme moskeeën. Wedden dat de Mevlana Moskee over honderd jaar een officieel monument is?
Integratie? Emancipatie, suffie!
De nieuwe onderkant spreekt slecht Nederlands. Dat is wèl een probleem. Dan heb je een achterstand. Maar ook dat gaat over en voorbij. De dochter van de Italiaanse ijscoman die vijftig jaar geleden naar Nederland kwam spreekt prima Nederlands. Haar moeder nauwelijks, terwijl ze al veertig jaar in Nederland woont. Haar zoon Renzo zit op het VWO. Wat we het integratieprobleem noemen is een emancipatieprobleem, een kwestie van economische en sociaal-culturele ontwikkeling. Daarmee is het weer een overzichtelijk probleem. Het is van alle tijden. Altijd weer nieuwe groepen die zich in dit land vestigen. Altijd kost dat enkele generaties. En altijd verloopt dat via onderwijs, werk en huwelijk. Op school leer je de taal, door de taal te spreken maak je kans op de arbeidsmarkt en door gemengde huwelijken ga je op in de samenleving. Zo is het gegaan met de Zuid-Europeanen die vijftig jaar geleden een probleem waren. En met de Surinamers vijfentwintig jaar geleden. Zo verkleurt Nederland. Zelfs Friesland, dankzij de zwarte bruid van Kollum. De Nederlandse geschiedenis is de geschiedenis van een immigratieland. De Batavieren waren tweeduizend jaar geleden de eersten die in dit vruchtbare moeras wilden rondsoppen. Velen zijn gevolgd en maakten dit land tot wat het is. Joden, Duitsers, Surinamers - of ze nu Spinoza of Anne Frank, Van Nassau of Donner, Gullit of Rijkaard heten. Die hebben ons land mee groot gemaakt, en Oranje zelfs kampioen. Door hard te werken, te ondernemen en bij dragen aan de economie. Immigranten komen hier per slot om het beter te krijgen. Ze willen goed onderwijs voor hun kinderen en een verzorgde oude dag. Ze begijpen dat ze hun kansen moeten pakken, daarvoor kwamen ze hier!
Werken werkt
Wat immigranten nodig hebben is waarvoor ze kwamen: werk. Door te werken integreren ze vanzelf. Want werken werkt! Op het werk worden je de waarden en normen van een land bijgebracht. Hoe je met elkaar omgaat. Wat wel en niet kan. En werk is precies het probleem. Want in een kwakkelende economie vallen de klappen altijd aan de onderkant. Vraag een MKB-er wat zijn rangorde van aannemen is en hij zal zeggen: Marokkaanse jongens het laatst - slechte ervaringen, onbetrouwbaar, altijd te laat. Precies wat een generatie geleden gezegd werd over Surinamers en twee generaties geleden over Italianen en Spanjaarden. Ja, er wordt gediscrimeerd in dit land... Volop! Door werkgevers en personeelsfunctionarissen, door portiers van discotheken. Maar of dat altijd racisme is? Een voorbeeld: Bram Ladage, de Patatkoning van Rotterdam, kan niet uit de voeten met immigranten. Ze hebben een andere beleving van werken, ze blijven met een neusverkoudheid thuis. Of portiers, die weigeren vaak donkere jongens. Elke portier weet dat sommige klanten eerder rotzooi trappen of ruzie krijgen dan anderen. Marokkaanse meisjes beamen dat.
Maak je niet afhankelijk
Maar je kunt het ook omdraaien. Je wilt toch niet werken bij een bedrijf dat jou niet op gesprek vraagt... omdat je Achmed heet? Je wilt toch niet uitgaan in een discotheek... die jou weigert? Er is een reactie gaande. Er komen bijvoorbeeld steeds meer Turkse discotheken. Waar iedereen in mag en die hele goeie zaken doen. Omdat er geen spanningen zijn en het extraverte gedrag van bezoekers niet als onaangepast wordt ervaren. Begin voor jezelf als een ander jou niet wil! Je maakt je toch niet afhankelijk van die bange kaaskoppen? En wie heeft ooit gesuggereerd dat je het als immigrant gemakkelijk hebt? Dat je zomaar wordt opgenomen in een nieuwe gemeenschap, met een andere taal, andere gebruiken en andere waarden. Immigranten hebben het nooit makkelijk. Je zult je als immigrant moeten aanpassen. Anders doe je niet mee, kom je niet aan de bak. Hoofddoekjes en het 'recht op een eigen identiteit zijn een begrijpelijke reactie. Toch maken moslima's het zich niet makkelijk, ze creëren zelf een drempel. Kleed je zoals je wilt, maar doe niet moeilijk als een ander daar op reageert. Elke immigrant moet zich invechten. Het klinkt stom, maar het is niet anders. Immigranten komen van ver, altijd van verder dan geboren Nederlanders. Je zult toch de naïeve moed hebben om je te vestigen in dit land van 'hysterische intolerante eigenheimers', om met Jan Blokker te spreken. Daarom zijn immigranten helden. Net als Nederlanders die dat durven nazeggen. Die weten dat ze zelf ook als immigrant begonnen zijn. En zich hebben geëmancipeerd tot wat ze nu zijn. Door aan te pakken en niet bang te zijn.
Lef en speelplezier
Ondertussen heeft tweederde van de Nederlanders geen vertrouwen in de overheid, tweederde van de kiezers zegt Nee tegen de Europese Grondwet. De politiek heeft een dijk van een leiderschapsprobleem. Mensen voelen zich niet gehoord en niet serieus genomen. Ze geloven het niet meer. Het raakt hen ook niet meer. Waar is de bevlogenheid, de passie, de wil om te winnen? De dwingende blik van Marco van Basten, zijn lef en zijn speelplezier, dat is nodig. Domineren op de helft van de tegenstander. Net als in de EK-finale van 1988 durven schieten uit een onmogelijke hoek. Maar ook vastberaden en bescheiden zijn. Net als de nieuwe bondscoach praten over wij. Het ego voorbij, dat is pas stoer! Zo hebben we ook politici nodig die echt flink zijn. Die begrijpen dat veel mensen bang en boos zijn, en dat ook durven benoemen. Politici die respect afdwingen, omdat ze - met respect voor anderen - precies zeggen wat ze vinden.
Verbeeldingskracht en inlevingsvermogen
Je kunt heel confronterend zijn als je praat vanuit je hart. Dat voelen mensen, dat accepteren ze. Dan mag je van hen ook de daad bij het woord voegen. Mensen schreeuwen om leiding. Geef ze die leiding. Maak Nederland wakker voor wat er gaande is in de wereld en begrijp dat veel Nederlanders daar bang voor zijn, en boos over zijn. Biedt mensen weer uitzicht op een toekomst die aantrekkelijk is, waar ze in kunnen geloven. Zolang dat uitzicht - noem het visie, noem het perspectief - er niet is blijft het rommelen in de marge. De vraag die steeds luider aan Nederland gesteld wordt is de vraag die aan iedereen gesteld wordt:Wat is onze toegevoegde waarde?, en: Wat dragen we eigenlijk bij?. Het antwoord is eenvoudig. We hebben nog steeds te bieden wat altijd al te bieden hadden. Creativiteit, ondernemingszin, handelsgeest, internationale oriëntatie. Verbeeldingskracht en inlevingsvermogen. Net als in de Gouden Eeuw begrijpen wat de tulpen uit Turkije voor onszelf en voor de rest van de wereld kunnen betekenen. Nieuwe marktkansen, economische groei.
Creativiteit en ondernemerschap
Wat de creativiteit betreft: juist de creativiteit wordt in ons onderwijs onvoldoende ontwikkeld. De huidige stand van het onderwijs is een getrouwe afspiegeling van Nederland. Het is niet aan de maat, niet uitdagend en niet inspirerend. Het is er niet op ingericht het allerbeste naar boven te halen wat kinderen en studenten in zich hebben. Er is onvoldoende oog voor de creatieve ontplooiing van het individuele kind. Terwijl creativiteit precies is waarin we ons nog kunnen onderscheiden in een wereld waarin steeds meer mensen heel goedkoop kunnen produceren. Verbeeldingskracht zou wel eens ons belangrijkste concurrentiewapen kunnen zijn. Daarom is het allerbeste onderwijs de allerbeste investering in de toekomst van Nederland. Onze toekomst ligt nu in de luiers, zit nu in de schoolbanken. Geef ze het best denkbare onderwijs. In ons eigen belang. En wat de ondernemingszin betreft is de grootste sta in de weg de erfenis van de 20e eeuw: het sociale stelsel, de verzorgingsstaat - en de daarbij horende regelzucht en regelgeving. Die blokkeren alle dynamiek, die fnuiken het ondernemerschap. Daarom is de Lissabon Agenda goedbedoeld maar onwerkbaar. Het is een dubbele agenda: behoudzucht en dynamiek laten zich niet combineren. We zullen moeten leren loslaten. Niet meer bang zijn om in het diepe te springen. Weer in beweging komen. Of zoals de zwarte Haagse DJ Chuckie ons toeroept vanaf posters en t-shirts: En nu ga je dansen klootzak.
Energie en enthousiasme
Altijd kwamen de veranderingen van onderop. De regenten en de elite hebben ons nooit echt verder geholpen. Misschien moeten we eerst nog verder wegzakken in de middelmatigheid. Tot genoeg mensen het echt zat zijn. Tot we genoeg penalties gemist hebben. Tot er genoeg kritische massa is om echt aan te pakken. Want de boel moet echt op de schop. We kunnen nog heel veel leren van de nieuwe Nederlanders. Onder hen zit energie en enthousiasme. Daar voel je een nieuw elan. Kijk naar hun bedrijvigheid, kijk hoe ze ondernemend ze zijn. Lees hun boeken - het schrijfplezier en de levenslust spatten er vanaf. Ze gaan ervoor. Ze hebben wat te winnen. We kunnen er ons door laten inspireren. Ons door laten leiden. Het zou toch wat zijn als de eerste rechtstreeks gekozen minister-president van Nederland... een zwarte vrouw is!
Dit artikel is eerder verschenen op Bewegende-Beelden.nl
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
