Opinie: Hoe komt alleenstaande ouder van 30 uur rond?
woensdag 11 april 2007
Een verplichte 30-urige werkweek maakt in één klap een einde aan sekseongelijkheid. Maar zijn we bereid daarvoor de prijs van minder keuzevrijheid te betalen?
Fatma Koser Kaya
Tweede-Kamerlid voor D66
Het kersverse kabinet Balkenende maakt zich met hernieuwd enthousiasme hard voor het traditionele kerngezin, om tegenwicht te bieden aan de ontwrichting die individualisering de afgelopen decennia aan de maatschappij zou hebben toegebracht. Het resultaat is een ministerie voor jeugd en gezin, waarbij onuitgesproken blijft dat het eigenlijk om een traditioneel kerngezin - vader, moeder en kinderen, in die volgorde - gaat. Impliciet hierbij is een traditionele rolverdeling, waarbij vader als gezinshoofd de kost verdient en moeder, al dan niet in combinatie met een deeltijdbaan, voor de kinderen zorgt.
Het artikel van Rutger Claassen past dan ook goed bij de filosofie van het nieuwe kabinet. Maar in tegenstelling tot het kabinet dat zich prima in de dominante leefvorm - anderhalfverdieners - kan vinden, pleit Claassen voor een 30-urige werkweek voor zowel man als vrouw. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het vrouwelijk kapitaal in de beroepsbevolking wordt benut, vrouwen krijgen meer kinderen omdat dit hun carrière niet belemmert, en ouders hebben meer tijd voor hun kroost.
Claassen signaleert een reëel probleem. Ondanks verbeterde carrièremogelijkheden komen vrouwen in de praktijk na het krijgen van kinderen voornamelijk in deeltijdbanen terecht. Zijn oplossing is echter niet van deze tijd en economisch onhaalbaar.
Ten eerste zou er effectief minder gewerkt worden. Claassen beargumenteert dat bij fulltimers na de vierde dag de productiviteit sterk daalt, terwijl bij parttimers die van drie naar vier dagen gaan de productiviteit juist significant stijgt. Maar ook Claassen geeft toe dat we hierdoor met z'n allen minder zullen gaan verdienen. Nu de AOW in de nabije toekomst onbetaalbaar dreigt te worden en de mondiale economie verlangt dat we concurreren met landen waar 50- of 60-urige werkweken heel normaal zijn, is minder werken simpelweg onmogelijk.
Maar de schoen wringt pas echt bij Claassens aanname dat het kerngezin de norm is. Deze leefvorm is namelijk de enige die direct profiteert van een verplichte 30-urige werkweek. De tijd die vader en moeder overhouden wordt immers in de kinderen geïnvesteerd. De praktijk is echter pluriformer. Wat voor baat heeft een jonge vrijgezelle bankier die een carrière in de mondiale financiële sector ambieert aan een verplichte 30-urige werkweek? Hij zal niet kunnen concurreren op de internationale markt. Of een alleenstaande ouder? Die zal niet kunnen rondkomen.
Het voorstel beperkt op drastische wijze de keuzevrijheid die de moderne Nederlander in de 24-uurseconomie geniet.
Minder werken is dus geen oplossing. Naast een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt, die carrièreperspectieven in deeltijdverband stimuleert en de vierdaagse werkweek aantrekkelijker maar niet verplicht maakt, ligt er een sleutelrol voor de dienstensector.
Uit onderzoek van NIPO blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking verruiming van de openingstijden van de dienstensector steunt. Verruiming zal de economie een opkikker geven: een ruimere beschikbaarheid van diensten betekent eenvoudigweg dat mensen er meer gebruik van maken. Naast economische groei stijgt ook de werkgelegenheid. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau in het kader van de Winkelsluitingstijdenwet levert verruiming van de openingstijden ongeveer 15.000 banen op.
Daarnaast werkt verruiming van de openingstijden in de dienstensector emanciperend. Ouders hebben immers meer tijd om hun werkuren over uit te smeren: ze kunnen vroeger beginnen of later stoppen met werken. Hierdoor kunnen ze hun werktijden minder laten overlappen, zodat ze minder kinderopvang nodig hebben en ze meer zelf voor hun kinderen kunnen zorgen.
De christelijke partijen hebben ethische bezwaren tegen de 24-uurs economie, maar alle economische activiteiten tussen negen en vijf proppen past niet meer bij de huidige tijdgeest.
In een onlangs door de Tweede Kamer aangenomen motie heb ik het kabinet aangespoord flexibelere openingstijden in de dienstensector en bij overheidsloketten te bevorderen.
De moderne, pluriforme maatschappij die Nederland kenmerkt is niet gebaat bij restrictief overheidsbeleid. Wat ze nodig heeft is de flexibiliteit die toelaat dat mensen op basis van hun persoonlijke omstandigheden hun eigen keuzes wat betreft werk- en leefvorm kunnen maken. De ogenschijnlijk zachte dwang van de 30-urige werkweek past daar niet in. Mensen kunnen prima zelf bepalen hoeveel ze willen werken. De enige taak van de overheid is om ze de kansen daartoe te bieden.
Eerdere artikelen over dit onderwerp zijn na te lezen op www.trouw.nl/discussie .
Dit artikel verscheen op 11 april 2007 in Trouw.
Fatma Koser Kaya
Tweede-Kamerlid voor D66
Het kersverse kabinet Balkenende maakt zich met hernieuwd enthousiasme hard voor het traditionele kerngezin, om tegenwicht te bieden aan de ontwrichting die individualisering de afgelopen decennia aan de maatschappij zou hebben toegebracht. Het resultaat is een ministerie voor jeugd en gezin, waarbij onuitgesproken blijft dat het eigenlijk om een traditioneel kerngezin - vader, moeder en kinderen, in die volgorde - gaat. Impliciet hierbij is een traditionele rolverdeling, waarbij vader als gezinshoofd de kost verdient en moeder, al dan niet in combinatie met een deeltijdbaan, voor de kinderen zorgt.
Het artikel van Rutger Claassen past dan ook goed bij de filosofie van het nieuwe kabinet. Maar in tegenstelling tot het kabinet dat zich prima in de dominante leefvorm - anderhalfverdieners - kan vinden, pleit Claassen voor een 30-urige werkweek voor zowel man als vrouw. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het vrouwelijk kapitaal in de beroepsbevolking wordt benut, vrouwen krijgen meer kinderen omdat dit hun carrière niet belemmert, en ouders hebben meer tijd voor hun kroost.
Claassen signaleert een reëel probleem. Ondanks verbeterde carrièremogelijkheden komen vrouwen in de praktijk na het krijgen van kinderen voornamelijk in deeltijdbanen terecht. Zijn oplossing is echter niet van deze tijd en economisch onhaalbaar.
Ten eerste zou er effectief minder gewerkt worden. Claassen beargumenteert dat bij fulltimers na de vierde dag de productiviteit sterk daalt, terwijl bij parttimers die van drie naar vier dagen gaan de productiviteit juist significant stijgt. Maar ook Claassen geeft toe dat we hierdoor met z'n allen minder zullen gaan verdienen. Nu de AOW in de nabije toekomst onbetaalbaar dreigt te worden en de mondiale economie verlangt dat we concurreren met landen waar 50- of 60-urige werkweken heel normaal zijn, is minder werken simpelweg onmogelijk.
Maar de schoen wringt pas echt bij Claassens aanname dat het kerngezin de norm is. Deze leefvorm is namelijk de enige die direct profiteert van een verplichte 30-urige werkweek. De tijd die vader en moeder overhouden wordt immers in de kinderen geïnvesteerd. De praktijk is echter pluriformer. Wat voor baat heeft een jonge vrijgezelle bankier die een carrière in de mondiale financiële sector ambieert aan een verplichte 30-urige werkweek? Hij zal niet kunnen concurreren op de internationale markt. Of een alleenstaande ouder? Die zal niet kunnen rondkomen.
Het voorstel beperkt op drastische wijze de keuzevrijheid die de moderne Nederlander in de 24-uurseconomie geniet.
Minder werken is dus geen oplossing. Naast een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt, die carrièreperspectieven in deeltijdverband stimuleert en de vierdaagse werkweek aantrekkelijker maar niet verplicht maakt, ligt er een sleutelrol voor de dienstensector.
Uit onderzoek van NIPO blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking verruiming van de openingstijden van de dienstensector steunt. Verruiming zal de economie een opkikker geven: een ruimere beschikbaarheid van diensten betekent eenvoudigweg dat mensen er meer gebruik van maken. Naast economische groei stijgt ook de werkgelegenheid. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau in het kader van de Winkelsluitingstijdenwet levert verruiming van de openingstijden ongeveer 15.000 banen op.
Daarnaast werkt verruiming van de openingstijden in de dienstensector emanciperend. Ouders hebben immers meer tijd om hun werkuren over uit te smeren: ze kunnen vroeger beginnen of later stoppen met werken. Hierdoor kunnen ze hun werktijden minder laten overlappen, zodat ze minder kinderopvang nodig hebben en ze meer zelf voor hun kinderen kunnen zorgen.
De christelijke partijen hebben ethische bezwaren tegen de 24-uurs economie, maar alle economische activiteiten tussen negen en vijf proppen past niet meer bij de huidige tijdgeest.
In een onlangs door de Tweede Kamer aangenomen motie heb ik het kabinet aangespoord flexibelere openingstijden in de dienstensector en bij overheidsloketten te bevorderen.
De moderne, pluriforme maatschappij die Nederland kenmerkt is niet gebaat bij restrictief overheidsbeleid. Wat ze nodig heeft is de flexibiliteit die toelaat dat mensen op basis van hun persoonlijke omstandigheden hun eigen keuzes wat betreft werk- en leefvorm kunnen maken. De ogenschijnlijk zachte dwang van de 30-urige werkweek past daar niet in. Mensen kunnen prima zelf bepalen hoeveel ze willen werken. De enige taak van de overheid is om ze de kansen daartoe te bieden.
Eerdere artikelen over dit onderwerp zijn na te lezen op www.trouw.nl/discussie .
Dit artikel verscheen op 11 april 2007 in Trouw.
Meer nieuws
- D66, VVD: Beter pensioen voor zelfstandigen 18-2-2011
- Maak scholen asbestvrij! 18-2-2011
- Orde op zaken? Zaken op hun beloop laten! 10-2-2011
- Koser Kaya: Gat op SZW begroting moet verdwijnen 11-1-2011
- Hoe bereik je de top? 29-6-2010
- Netwerkbijeenkomst op TV 24-6-2010
- Bedankt: 18.837 voorkeursstemmen! 15-6-2010
- Stem Fatma Koser Kaya (Nr 5) 9-6-2010
- Fatma DIVA van de maand 7-6-2010
- Netwerken en Donordansen 4-6-2010










word lid
